Wandelen als lichtvoetige opdracht van God zelf….. rond Hemelvaart 2026

Corona was in veel opzichten een heftige tijd: we werden met elkaar ontregeld door een internationaal opererend onzichtbaar virus dat hele samenlevingen lam legde. Mensen werden ziek, mensen stierven, mensen voelden zich gevangen in hun huis en een heel aantal voelde zich ook in hun grondrechten beperkt door de overheid. Eén van de dingen die veel mensen in die tijd wat lucht gaven was: wandelen! Dát mocht, ook met z’n tweeën op anderhalve meter.

Eric Scherder – die veel op t.v. verscheen – zette ons allemaal aan om een “ommetje” te maken: het is goed voor onze hersenen je krijgt er minder stress van en je stemming verbetert! Sterker nog: je wordt er creativer van, je slaap wordt beter én de kansen op dementie en depressie dalen….. Nou, wat wil je nog meer!

Later werden de huisartsen er ook nog helemaal vrolijk van: het is goed voor je botten, het verlaagt de kans op hart en vaatziekten en voorkomt diabetes! Super toch?

Ik denk dat God dus meer dan één reden had, toen Hij ooit tegen Abraham zei: wandel voor mijn aangezicht en wees oprecht.[1] Het is gezond voor Abraham – die dan al 99 is, Scherder zou er jaloers op zijn – en zijn lijf en zijn hoofd en zijn ziel. Ziel? Ja, ziel.

Het is heel bijzonder: door de hele bijbel heen is “wandelen” hét woord dat wordt gebruikt om aan te geven hoe God wil dat we leven én hoe Hij met ons wil optrekken. Wandelend!!!![2] En daar zit – ook in mijn ervaring  – een heel grote dosis lichtvoetigheid en ontspanning in.

Wij kennen het woord “loopbaan”: de krantenjongen die miljonair wordt, de opgaande lijn. Het wordt ook vaak van mensen verwacht, dat je je “opwerkt” in het leven. Doe je het niet dan ben je een soort van mislukt. Carrière is het Franse woord ervoor. Van oorsprong betekent dat “renbaan” (voor paarden) en later dus “loopbaan”. Daar zit dus “opschieten, vooruitgang, haast, wedstrijd” in. Wandelen heeft dat dus allemaal niet. Het komt in de buurt van het “ommetje” van Scherder: in rust een ommetje maken. Niet van punt a naar punt b rennen/lopen/marcheren en haal je de finish niet, dan is er iets niet goed gegaan. Wandelen is doel-loos: regelmatig loop ik een ommetje kanaal en eindig ik waar ik begon. Maar doel-loos is wél zin-vol. Ik kom anders terug dan dat ik kwam: er hoeft niet zoveel en daarom heb je tijd, rust en aandacht.

Er staat een prachtig verhaal in de bijbel. Misschien wel het allerkortste van allemaal, van en over een zekere Henoch. Ik neem het over uit de Herziene Statenvertaling:

21Henoch leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Methusalach. 22En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach verwekt had, driehonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters.

23Al de dagen van Henoch waren driehonderdvijfenzestig jaar. 24Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.[3]

Even los van de vragen over “hoe kon iemand nou zo oud worden”: blijkbaar is het Gods bedoeling met een mensenleven, dat we het ontspannen – wandelend – in verbondenheid met Hem als Vriend doorbrengen. Voor vrienden hoef je je – als het goed is, wie lukt dat ooit helemaal???- niet anders voor te doen dan je bent. Ten diepste komen hier woorden als “liefde en genade” om de hoek kijken. Er wordt van je gehouden om wie je bent door je Schepper. Als je dat doorkrijgt, van binnenuit durft te vertrouwen en van buiten in de praktijk brengt, dan hoef je niet meer bang te zijn, dat je leven niet slaagt. Geen ratrace, geen bewijsdrang, geen finish. Gewoon ontspannen leven, doen wat op je pad komt binnen je capaciteiten, goed en oprecht zijn naar je medemensen en naar jezelf. Je leven delen met God, je Schepper, die graag een ommetje met je maakt als twee vrienden, die samen op pad zijn. De weg samen gaan, dat is het doel. Doel-loos én zinvol dus, omdat het “samen is”.[4]

Wie bang is dat hij of zij faalt, niet voldoet is ergens ook bang om te sterven. Dat klinkt misschien raar, maar ik bedoel dit. Telkens als ik een proefwerk maakte was er de tijdsdruk: krijg ik het af, haal ik een voldoende of misluk ik. Henoch wandelt met God en die twee zijn zo vertrouwd met elkaar, er zit geen angst in, alleen maar intense vertrouwdheid.[5] Dus aan het einde van al die 365 jaren is er zoiets als “gut, Henoch, we zijn nu dichter bij Mijn huis dan het jouwe, wandel gewoon maar met mij mee, jongen, je bent welkom, maar dat wist je al lang, toch?”.

[1] Genesis 17:1 in de vertaling Herziene Statenvertaling; wat mij betreft is dit een zeer correcte vertaling, die in het Nederlands precies weergeeft wat er in het Hebreeuws wordt bedoeld.

[2] De verhalen in de bijbel vóór de tijd van Jezus (wij noemen dat het Oude Testament) zijn geschreven in het Hebreeuws. Dat kent het woord “Halach” en dat betekent gewoon “wandelen”. De verhalen over Jezus en daarna (het Nieuwe Testament) zijn geschreven in het Grieks. Daar gebruiken veel schrijvers het woord “peripatein” en dat betekent precies datzelfde: wandelen. Het is een gemiste kans van het Nederlands Bijbelgenootschap dat het woord in de nieuwe bijbelvertaling (2021, t.t.v. Corona!) niet wordt gebruikt. Vaak wordt dan gekozen voor “leef in verbondenheid met Mij” als vertaling voor “wandelen”

[3] Genesis 5:21-23

[4] Het is de eenvoud (die allesbehalve simpel is!) van wat Herman Finkers ooit als uitgangspunt nam voor zijn programma “na de pauze”:

HEEE, mijn hart is niet hoogmoedig,

mijn ogen zijn niet trots,

ook wandel ik niet in dingen

die te groot en te wonderlijk voor mij zijn.

2Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust

en tot stilte gebracht,

als een kind dat de borst ontwend is, bij zijn moeder,

mijn ziel is in mij als een kind dat de borst ontwend is.

 

[5] Je zou jezelf een plezier kunnen doen en 1 Johannes 4:7-21 over een leven in liefde en vertrouwdheid met God tot en met de dood kunnen lezen zónder angst.