Dit is het eerste inspiratiestuk over een superkernachtig stuk van de apostel Paulus in de brief aan de Galaten. Ik hoop dat je het met plezier gaat lezen én geïnspireerd raakt.
Kern van het verhaal:
Een mens wordt werkelijk vrij als je beseft dat God in Christus onvoorwaardelijk van je houdt. Hij houdt niet meer van je als je je best doet voor Hem of een uitmuntende levensstijl hebt. Hij houdt niet minder van je als je totaal de fout in gaat. Je kunt zonder angst voor wat mensen van je vinden, wat je van jezelf vindt vrij in het leven staan: God houdt van je, vertrouw dat. Geloof/vertrouw dat betekent dat zijn liefde in je werkzaam is, de basis onder je leven. Het woord dat in het hele Nieuwe Testament wordt gebruikt is het Griekse woord “agapè”: onvoorwaardelijke liefde.
Dat is voor Paulus geen theorie, het is diep doorleefde ervaring, die hij graag doorgeeft. Zie daarvoor hieronder.
Lang leve de middenweg
Ik woon tijdens mijn pubertijd in Hoogeveen aan de Middenweg. Dat was een fijne weg. Vaak is hij wel in een ingewikkelde situatie te vinden, de middenweg, soms is hij zelfs van goud. Als je allebei als partijen niet uit bent op gelijk, maar op geluk, als je elkaar wat gunt en niet zelf het onderste uit de kan wilt, dan is hij super begaanbaar en is het er goed leven, aan de Middenweg. Politici en andere individualisten zouden er best eens wat vaker een kijkje kunnen nemen.
Wie – zeker na zijn leven op de kop zettende ontmoeting met Christus – ook graag van de middenweg is, is Paulus, de apostel. In zijn brieven raadt hij de mensen regelmatig dingen aan als: denk niet alleen aan je eigen belang, maar ook aan dat van de ander, heb de gezindheid van Christus. Of ook: aanvaard de ander (ook al snap je niks van hem/haar), verdraag elkaar (ook al een hele toer met die rare karaktertrekken van de ander die je uiteraard zelf niet hebt….) en vergeef elkaar – nog ingewikkelder, de middenweg is ook soms ook de minstezijnweg…
Géén middenweg!
Des te opmerkelijker is het dat hij in een paar brieven juist heel scherp is en strepen in het zand trekt, waarbij hij zelfs gaat schelden. De brief aan de Galaten is daar het beste voorbeeld van. Normaliter begint iedere brief in de oudheid met een soort compliment naar de ontvanger. Ik heb dit en dit gehoord over jullie, wat goed!!! En dan komt de inhoud van de brief met evt. kritische aanwijzingen. Dat slaat Paulus helemaal over en hij valt direct in de deur in hoofdstuk 1 met 6Het verbaast me dat u zich zo snel hebt afgewend van Hem die u door de genade van Christus heeft geroepen en dat u zich tot een ander evangelie hebt gekeerd. 7Er is geen ander evangelie. Er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. 8Wanneer iemand, al was ik het zelf of al was het een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigt dat in strijd is met wat ik u eerder verkondigd heb – vervloekt is hij!
Dat is niet mals. Wat staat er op het spel voor Paulus? Veel mensen – ik ook – vinden dat Paulus niet makkelijk schrijft. Dat is aan de ene kant niet erg: als iets echt belangrijk is, dan is het niet erg als je jezelf er ook stevig in vastbijt en er moeite voor doet. Dan komt het ook beter binnen. Aan de andere kant: het kan ook te ingewikkeld worden. In het geval van Paulus helpt het mij altijd enorm om te beseffen wat hij zélf heeft meegemaakt: die verandering, zijn leven op de kop bij Damascus. Als je dat in je achterhoofd houdt als je zijn brieven leest, dan snap je ze vaak beter. Alles is ermee doordrenkt. Misschien wel herkenbaar voor sommigen van ons: soms gebeuren er dingen in je leven die bijna allesbepalend zijn. Een gebeurtenis die diep ingrijpt, waardoor er een tijd vóór én een tijd ná die gebeurtenis is.
Nu naar Galaten 5. Dat is moeilijk én doordrenkt van zijn eigen ervaring. Hij schrijft dit: 1Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen. 2Luister naar wat ik, Paulus, tegen u zeg: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. 3Nogmaals, ik verzeker u dat iedereen die zich laat besnijden verplicht is om de hele wet na te leven. 4Als u probeert rechtvaardig verklaard te worden door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld. 5Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof rechtvaardig verklaard worden. 6In onze eenheid met Christus Jezus is het niet van belang of iemand besneden is of niet, maar telt alleen het geloof/vertrouwen dat door de liefde van Christus werkzaam is in je.
Waar gáát dit nou eigenlijk over?????? Uiteindelijk over slaaf zijn van jezelf….
Ieder mens wil graag gezien worden op een positieve manier. Door jezelf, door een ander. Door God ook. In elk geval: dat geldt ook voor Saulus, want zo wordt hij genoemd door zijn ouders. Bij gezien willen worden ontstaat al gauw de vraag “wie is het meest gezien, wie het minst?” Dat levert allerlei soorten van onzekerheid op. Minderwaardigheidsgevoelens bij mensen die zich gekleineerd voelen, angstgevoelens bij de mensen om hun positie te verliezen die wat bovenaan de ladder staan. Paulus noemt dat fenomeen “leven naar het vlees”. Concreet vertaald: je laten voorstaan op uiterlijke dingen (dat is nl. “vlees”) en daarmee voor jezelf én voor anderen laten zien: ik stel heel wat voor! Kijk mij eens even…. Of, juist andersom, ik stel niks voor, in de ogen van anderen en in de ogen van mezelf.
Dat “jezelf meten/vergelijken” kan op talloze manieren: wie heeft er in de klas/op het werk/in de straat de grootste mond, de dikste auto, de mooiste man, de mooiste vrouw? Wie kan het meeste biertjes op, wie heeft maatschappelijk de hoogste positie? Als je dit leest, denk ik dat je zelf het mechanisme herkent, misschien je eigen onzekerheden en valkuilen en of die van een ander. Vaak lukt het prima om die van een ander te zien en is dat van jezelf wat kwetsbaarder. Jezus heeft daar een mooie uitspraak over, over balk en splinter. Vaak zijn ze uit hetzelfde hout gesneden.
Terug nu naar Saulus. Hij is klein. Wordt dus snel letterlijk over het hoofd gezien. Hij praat niet makkelijk, komt niet makkelijk uit zijn woorden. Voelt zich onzeker. Dat bedenk ik allemaal niet, hij vertelt het zelf her en der in zijn brieven. Slim is hij wel, goed redeneren en schrijven kan hij ook. Zou je hem in een schoolklas neerzetten dan zou hij een slim stuudje kunnen zijn, dat wat verlegen is en voer voor pesters is. Hij maakt zichzelf op een andere manier groot. Hoe? Door heel vroom te zijn en zich heel strikt aan de wetten van God te houden. Dat is bijzonder. Je zou zeggen: dan volg je God toch juist? Die wetten komen van God, zijn bedoeld om te zorgen dat je niet zondigt (blijf van elkaar af, ga niet vreemd, scoor niet met een heel aantal vrouwen o.i.d., steel niet…..).
Ja, daar zijn die wetten ook voor, om het leven leefbaar te maken, grenzen te trekken die je niet over moet gaan, omdat je daarmee jezelf en anderen in gevaar brengt. Maar het gekke is, dat je elkaar er dus ook mee de loef kunt afsteken. Je kunt jezelf óók vergelijken met elkaar met als meetlat “wie houdt zich het beste aan de regels van God, wie is het vroomste van allemaal?” Dat is eigenlijk hetzelfde als jezelf aan anderen afmeten of je de beste maatschappelijke carrière hebt enz.
Let maar op: Jezus heeft in de bijbel veel te stellen met Farizeeërs. Dat zijn heel vrome mensen. Saulus hoort ook bij die club. Tegelijkertijd vergelijken ze zichzelf de hele tijd met andere mensen die minder geslaagd zijn in vroom leven en daar kijken ze op neer. Moet je maar eens opletten, als je de evangelieverhalen leest. Daar staan veel verhalen waar Jezus te stellen heeft met Farizeeërs die met de wetten van God andere mensen lopen te oordelen, veroordelen en af te maken. Liefdeloos, vernederend. Je kunt dus zélf de wet van God misbruiken om liefdeloos te zijn. Die manier van doen: elkaar veroordelen, jezelf beoordelen op uiterlijke dingen – vlees, in bijbelse taal – noemt Paulus “zonde”.
De ergste zonde is misschien wel, dat je de wet van God – die het leven dus wil beschermen – daarvoor gebruikt. Het bederf van het beste is het slechtste.[1] De wet is prima, jezelf ermee gaan vergelijken is zonde. Het werkt verslavend. Je blijft jezelf vergelijken, je doet het nooit perfect, je bent nooit zeker van je positie. Je móet blijven doorgaan met jezelf waarmaken. Doodmoe word je er zelf van. En hard voor een ander. Slaaf van jezelf waarmaken, van de zonde noemt Paulus het. Hij kent het door en door aan den lijve.
De vrijheid van een mens door Jezus: of wat er voor Paulus is veranderd….
Hoe komt een mens nou ergens uit die verduvelde spiraal van dat eeuwige vergelijken? Wat Saulus overkomt is dat hij een overweldigende Godservaring krijgt. Op weg naar Damascus met een soort religieuze fatwa van de religieuze leiders in Jeruzalem op zak: vervolg die christenen! Jezus spreekt Hem aan – zo ervaart hij het en ik denk dat het zo is. Met een vraag “Saul, Saulwaarom vervolg je mij?” Er ontstaat een enorme bres in het vertrouwen dat Saul in God en in zichzelf had. Hij dácht: ik hou mij aan de regels, beter dan een ander (het braafste jongetje van de klas) én ik kom op voor de eer van God door mensen die er moreel een potje van maken. Kijk mij eens ok zijn!
Hij komt tot de ontdekking: het goede wat ik deed is gewoon slecht. Ik ben totaal verkeerd en liefdeloos bezig naar andere mensen.[2] Dat komt omdat ik bezig ben mezelf te bewijzen naar God en anderen mét de wetten van God. En nou heb ik de boel vreselijk verklooid. Ik ontdek dat Jezus voor mij gestorven is en van me houdt. Alleen dát is de manier waarop God van ons houdt. Niet wat ik voorheen deed: via de wetten van God bewijzen dat ik ok ben. Als je dat doet…., dan blijf je onzeker, je misbruikt de wet van God. En daarbij: als je zo meent te moeten leven, dan moet je je ook aan alle wetten houden. Het symbool van die wet is “de besnijdenis”. Zeg je – wat Joodse christenen in Galatië zeggen – dat God van je houdt als je je laat besnijden en anders niet…, dan moet je je aan alle wetten houden. Dat dus niet. Er is geen voorwaarde waar een mens aan moet voldoen wil God van je houden. Agapè is het woord dat de bijbel telkens en overal gebruikt om te omschrijven hoe God van mensen houdt: onvoorwaardelijke liefde.
Als je een liefde moet verdienen door je best te doen, blijf je bang, Blijf je slaaf. Kun je niet vrij zijn. Durf te falen, durf te leven, dat is de manier om te laten zien dat je God vertrouwt! Leef zonder angst….. Kijk niet naar wat anderen van je vinden, wees niet de hele tijd bezig met “ben ik goed genoeg”. Vertrouw, er wordt van jou gehouden!
Saulus gaat Paulus heten. Daar zit de bevrijding. Paulus betekent “kleintje”…. Hij hoeft zichzelf niet anders, groter voor te doen…. Met het verhaal van die liefde gaat hij de wereld over.
[1] Ik kom hier later nog een keer op terug, bij het rijtje “werken van het vlees” verderop in Galaten 5. Dat is een mix van seks, jaloezie, ruzie, rivaliteit enz.
[2] Hij schrijft hierover in Romeinen 7. Dat is ingewikkeld om te lezen, maar eigenlijk ook heel helder: Want ik doe niet wat ik wil, het goede, maar juist wat ik niet wil, het kwade, dat doe ik.