Een reconstructie van een levensgeschiedenis van Simon Petrus, een mens van vlees en bloed, die onder invloed van Christus komt en dat gaat zijn leven helemaal stempelen tot zijn eigen verbazing.
Uit Mattheüs 16: Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen. 25Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden. 26Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als dat ten koste gaat van zijn leven? Wat kan hij geven in ruil voor zijn leven?
Uit de eerste brief van Petrus, hoofdstuk 2 Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer.
18Slaven, erken het gezag van uw meesters en heb ontzag voor hen, niet alleen voor goede en vriendelijke, maar ook voor slechte. 19Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20Immers, wanneer u de slagen verdraagt die u krijgt als straf voor wangedrag, levert dat u toch geen aanzien op? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, omwille van u, en heeft u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22die geen enkele zonde beging en nooit bedrieglijke taal sprak. 23Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt….
Uit hoofdstuk 3: 14Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen; 15erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. 16Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend uitlaten over uw goede levenswandel in eenheid met Christus, zich over hun laster schamen. 17Het is beter te lijden – indien God dat wil – omdat men goeddoet dan omdat men kwaad doet.
18Ook Christus immers heeft, terwijl Hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen.
Dit kerkje is – volgens de traditie – letterlijk en figuurlijk een kruispunt in het leven van Petrus. Laat me eerst het verhaal vertellen en daarna ingaan op hoe Petrus zover heeft kunnen komen, qua karakter én qua geschiedenis. Het verhaal gaat[1], dat Petrus rond het jaar 64 gevaar loopt vanwege zijn geloof in Christus én wat hij erover vertelt in Rome. Omdat de kleine gemeente daar heel bang is dat Petrus gevangen zal worden genomen en terechtgesteld, vragen ze hem om “weg te gaan”, zodat hij van groot nut kan blijven. Beter levend dan dood…. Als Petrus uit Rome vlucht komt hij op de via appia – de weg die van Rome naar Brindisi liep en loopt – een verschijning van Jezus tegen. Petrus herkent de Heer en vraagt “quo vadis?” (dat is Latijn voor: waar gaat u naar toe….?) Het antwoord is: ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden. Dat is voor Petrus het signaal om terug te gaan naar Rome. Na een proces wordt hij daadwerkelijk gekruisigd. Vanwege zijn geloof in Jezus.
Dat is natuurlijk een ándere Petrus dan die zegt “ik ken Hem niet….” en vlucht voor zijn eigen hachje.[2] Wij – in het seculiere westen – weten niet wat het écht is om belachelijk te worden gemaakt vanwege je geloof in Jezus. Of, misschien dat soms nog wel wat. Maar dat je je leven niet zéker bent omdat je in Jezus gelooft. Het is opvallend dat in de vroege christentijd het woord voor “getuige” in het Grieks[3] (martus) tegelijkertijd óók martelaar betekent. Dat zijn niet twee verschillende betekenissen, maar twee kanten van dezelfde medaille. Vertellen over Christus, uitkomen voor je geloof was in veel gevallen riskant. En de tekst uit Mattheüs van hierboven over “je kruis opnemen” is letterlijk bedoeld. Vertellen over Christus kon betekenen dat je gevangen werd genomen en als je je geloof niet afzwoer kon je worden gekruisigd. Sterker nog, zo vertelt één van de eerste geschiedschrijvers, er was een soort van “trots” als je dat overkwam. Was je toch maar heel trouw aan Jezus. [4]
Wat is er toch gebeurd met Simon, die als hij flinke golven zag – mensen voor wie hij bang was – zó kopje onderging en nu “op zijn kop zich laat kruisigen”?[5] Het moet om te beginnen – en ik denk dat dat ten diepste de drijvende kracht is! – onvoorstelbaar indruk hebben gemaakt dat ze Jezus als de LEVENDE hebben ontmoet.[6] Diverse keren! En dat Hij ze gestimuleerd, gezonden heeft om over Hem te gaan vertellen. Als Jezus niet zó overtuigend was verschenen, was het totaal onlogisch dat ze het veilige Kafarnaüm, hun comfortzone, zouden hebben verlaten. Dat God Jezus uit de dood heeft opgewekt betekent: a. wat Hij gezegd en gedaan heeft is zó de waarheid en zó belangrijk, dat mag niet in de dood blijven! Het moet doorverteld. Door veel mensen! Jezus is één in de tijd, uniek. Maar daarna gaat het verhaal via allerlei mensen de wereld door! En wat b. een immense rol moet hebben gespeeld bij het stillen van angsten is dat dood dus niet dóód is! God en Jezus zijn sterker dan de dood, dat hebben ze voor hun eigen ogen gezien.[7]
Bij cognitieve gedragstherapie behandelen psychologen mensen om hun angsten de baas te kunnen worden. Eén van de vragen, die daarbij helpend is – denk eens goed na, gebruik je cognitie…. – is: wat is het allerergste dat er zou kunnen gebeuren als je wél een spin zou aanraken (of waar je ook maar bang voor zou kunnen zijn)? Vertaald: het allerergste dat je zou kunnen gebeuren als je Jezus volgt is dat mensen je doden. Maar dan kom je bij God….. Ik weet dat ik het heel simpel neerzet zo, alsof je dan niet meer angstig zou kunnen zijn. Natuurlijk ben je dat. Maar je hebt een soort van tegengif, tegenwaarheid, die je dapperder doet zijn dan je normaliter zou zijn.[8]
Daarom zal het wel zijn dat diezelfde Petrus gedreven door de Geest van Jezus – de onzichtbare kracht, die een mens diep kan bezielen en in beweging kan zetten – op de eerste Pinksterdag frank en vrij over Jezus staat te vertellen aan zijn volksgenoten, terwijl die hem staan aan te staren alsof ze met elkaar teveel hebben gedronken.[9]
En een paar hoofdstukken verder houden Petrus én Johannes voor de Joodse rechtbank vól om wél over Jezus te blijven praten.[10] Dat is hetzelfde gezelschap waar Petrus een paar maanden daarvoor nog hartstochtelijk vanwege de angst voor zijn hachje liep te zeggen “die Jezus ken ik niet…..” Het is alsof nu het van nature expressieve, haantje-de-voorste dat hij heeft wél tot ontplooiing komt nu de angst gedempt is. Niet meer bang voor mensen, zoals hij zelf schrijft in zijn brief. Is dat helemaal waar? Nou…, dat is niet helemaal waar (gelukkig?). Want….
Eén van de grootste struikelblokken in de jonge kerk tussen Joden én niet Joden is wat vooral niet Joden met de wetten van Mozes “moeten”. Die zijn zó verbonden met de God van Abraham, Izaäk, Jakob én Mozes. Neem alleen al de besnijdenis. Maar het gaat om alles in die geboden, het is een leefstijl uit eerbied voor de Heer, die het volk uit Egypte heeft geleid. En Jezus is toch de Messias, de zoon van David, de Zoon van Abraham. Het is sowieso al ontzettend wennen dat er in toenemende mate niet-Joden worden geraakt door de Geest van Christus. Het wordt een vreemde mengelmoes, die gemeente van Jezus. Op de Pinksterdag worden al die volken genoemd, d.w.z. de talen van die volken. Maar de mensen die in hun eigen taal over de grote daden van God horen spreken zijn “gewoon” allemaal Joden. Die woonden verspreid in het Romeinse rijk, hebben allerlei talen leren spreken en wonen nú in Jeruzalem. Maar het zijn allemaal Joden. Vanaf hoofdstuk 8[11] in Handelingen gaat de Geest over grenzen heen. Eerst is er al een eunuch uit Ethiopië – de eerste niet Joodse christen is vermoedelijk een zwarte man met wie LHBTQ-mensen zich kunnen identificeren. Dat is al bijzonder, want eunuchen mogen niet in de tempel komen, maar blijkbaar wél bij Jezus.
Als dan in hoofdstuk 10 Petrus zélf naar Cornelius – een Romein! – wordt gestuurd, heeft hij eerst een droom gehad die voor hem als Jood schokkend moet zijn. Hij wordt door God uitgenodigd, geroepen, zeg het maar, om allerlei gerechten te eten die voor een Jood verboden zijn! Ik weet niet of je wel eens iets hebt gedaan – eigenlijk hoop ik dat wat, want dan snap je het gewetensconflict – waarvan je diep van binnen voelt: dit komt niet goed zo en dat heeft te maken met God! Ik doe iets wat niet klopt…… En dat God zélf dan Petrus – en hem niet alleen, maar de hele jonge kerk – duidelijk maakt: niet Joden horen erbij én ze hoeven zich niet aan de wetten van het Joodse volk te houden. Dat is tegen een Moslim zeggen dat hij niet meer 5x per dag hoeft te bidden en karbonade mag eten…… Vanwege Allah!
Dit is in de jonge gemeente op diverse plekken écht een punt van gewetens en geloofsnood. Je vindt het terug in diverse brieven van vooral Paulus én in Handelingen 15. Je kunt het ook begrijpen: dan zouden niet Joden iets van God niet hoeven wat Joden per se wel moeten of niet mogen!!!!! Sterker nog, in die jonge gemeente gaat geloofd worden dat de Joodse gemeenteleden dat óók niet meer hoeven. Met een gerust geweten varkensvlees eten?????? Onmogelijk, of toch niet?
Oordelen vliegen over en weer (jullie zijn van God los, nemen zijn geboden niet serieus! Alles kan en mag zo…. Óf: dat je dát nog gelooft, dat je niet eens varken mag eten…..) en komen hard aan. En dan kun je dus ook weer bang raken voor mensen….. Net als wij in polarisatietijd. Durf ik te zeggen wat ik écht vind, ook als het iets heel anders is waar iemand die belangrijk voor mij is écht anders over denkt.
Waar Petrus in Handelingen 15 een duidelijke positie en weerstand van zijn Joodse geloofsgenoten weerstaat, krabbelt hij volgens Paulus in Antiochië terug.[12] In Antiochië is een jonge, zeer gemengde gemeente van Joden en niet Joden. Dat gaat mooi met elkaar om, het eet en drinkt en bidt en leest en deelt met elkaar. Ook varkensvlees…. Petrus en Paulus zijn daar blijkbaar een tijdje samen… Als dan uit Jeruzalem Jezus als Messias belijdende Joden van orthodoxe snit komen, krabbelt Petrus terug. Hij gaat niet meer met niet-Joden aan tafel, gaat opeens weer kosher eten. Mensenangst…. Ik vind het altijd een troostvol iets dat Petrus dit weer gebeurt, overkomt…. Het maakt hem, denk ik, een betere herder, als Jezus tegen hem zegt “zorg voor mijn lammetjes”. Dat kunnen ook van die bange wezentjes zijn. Ze zijn in goed gezelschap van “herder Petrus” en die is weer in goed gezelschap van Jezus, die ook machtig bang kon zijn. Maar ze gingen wel hun weg vanuit God! Jezus aan het kruis. En Petrus??
En nu is er dus het verhaal dat Petrus in Rome is rond het jaar 64 en t.t.v. keizer Nero gevangen wordt genomen. Wij mensen hebben veel lagen. Vaak zie je de buitenkant goed, maar wat zich binnenin ons zich afspeelt aan motieven blijft deels verborgen. Nobele, egoïstische, smerige, vrijgevige enz.. Of misschien die soms door elkaar? Ik moet uitkijken met speculeren, want dat is het wel. Misschien niet helemaal. Het is wat voortborduren op het karakter en het levensverhaal – met en zonder Jezus – van Petrus. Zou nu het dringende verzoek van de gemeenteleden in Rome die ongetwijfeld diep respect voor Petrus hadden om te vluchten, zou hem dat ergens van binnen niet verdraaid goed uitkomen? Uit nobele motieven – ik moet er zijn voor de kerk…, het ís waar! – weggaan. Of speelt dwars door dat nobele óók het angstige heen: met heel goede redenen kan ik een vreselijke dood ontlopen…..
Wie weet doe ik hem wel onrecht door dit te denken. Of zegt het iets van mij…., van ons? Maar vooral van mij – want ik schrijf dit verhaal. Het Griekse woord “getuige” – martus – is dus óók de martelaar. Het dwong in die tijd veel respect af bij de omgeving, dat christenen én zo mensvriendelijk en vrijgevig waren én zo principieel dat ze liever hun leven opgaven dan hun diepste overtuiging. Lijden vanwege Christus – je bezig houden met het lijden van andere mensen – ís integraal onderdeel (valt er niet mee samen, maar hoort er wél bij) van geloven. Daarom blijft er ook een appèl uitgaan van het evangelie om gevangenen te bezoeken, zieken te helpen, vreemdelingen te huisvesten. Je naaste liefhebben als jezelf betekent geregeld je eigen comfort opzij zetten.
Maar er is ook lijden OM Christus. Daarom spreken vervolgde christenen nú en mensen als Bonhoeffer of Frits de Zwerver die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog uitkwamen voor hun geloof én van daaruit Joden hielpen zo aan….. Bonhoeffer liet het leven. Waar er NU in ons land en daarbuiten steeds meer en steeds openlijker gediscrimineerd wordt – buitenlanders, LHBTQ – op Facebook, verjaardag en waar ook. Wat zou nu in die zin worden gevraagd van ons? Quo vadis…, waar ga je heen? Waar doe je je mond open? Waar zwijg je? Waar drijft angst je? Of waar soms gewoon gezond verstand. Niet iedere discussie is zinvol. Choose your battles, kies je confrontaties. Maar ga de belangrijke niet uit de weg uit angst.
Hoe ook, dit heel bijzondere levensverhaal dat eindigt met de marteldood is óók het begin van iets heel groots. Boven het graf van Petrus – zeer waarschijnlijk – staat de Sint Pieter als centrum van een wereldwijde kerk. Daar is van alles van te zeggen. Een volgende keer, als laatste keer. Over hoe Petrus Paus werd en Leo in zijn voetsporen gaat….
[1] Het wordt verteld in “de handelingen van Petrus”, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Handelingen_van_Petrus Andere belangrijke bronnen kennen het verhaal ook.
[2] O.a. Matth 26:74
[3] Alle schrijvers van het Nieuwe Testament schrijven in het Grieks. Dat is de internationale taal sinds Alexander de Grote zo’n 300 voor Christus een enorm rijk veroverde. Die sprak Grieks en dat is eeuwenlang dé taal gebleven. Wilde je écht wat publiceren, dan moest je Grieks schrijven.
[4] Eusebius van Caesarea vertelt daarover in zijn “kerkgeschiedenis” Hij leefde van 260-340 en schreef na de bekering (312 n. Christus uiteraard) van keizer Constantijn – van vervolger tot volgeling van Christus – mede op diens verzoek die kerkgeschiedenis.
[5] https://nl.wikipedia.org/wiki/Petruskruis
[6] Lees wat Paulus daarover schrijft in 1 Korinthe 15:11-22. Dat is hét hoofdstuk over de impact van de opstanding.
[7] Handelingen 1:8 waarbij Jezus voor zijn hemelvaart (de bekroning op zijn werk!) zegt: jullie zullen mijn getuigen (Grieks dus: martures!) zijn.
[8] Zie de tekst hierboven uit Mattheüs 16!
[9] Handelingen 2:1-13
[10] Handelingen 4:1-22
[11] Vanaf vs 26
[12] Je vindt het in de brief van Paulus aan de Galaten 2:11-14. Dikke bonje tussen de heren Paulus en Petrus!
Hieronder foto’s van:
de kerker waar Petrus gevangen gezeten zou hebben.
Een weg – bij het Forum Romanum – die daarnaar is genoemd.
Het baldakijn in de Sint Pieter boven het graf van Petrus
De “afbeeldingen” van alle Pausen in de Kerk van Paulus buiten de muren met daarbij Petrus als eerste en Leo als laatste. En er kunnen er nog meer bij….