Een reconstructie van een levensgeschiedenis van een mens van vlees en bloed die onder invloed van Christus komt en dat gaat zijn leven helemaal stempelen tot zijn eigen verbazing.
Vandaag over hoe Jezus pas na 30 jaar in het openbaar iets gaat doen. En wat het voor impact heeft op Hemzelf, zijn familie én Petrus en vele anderen.
Uit Marcus 1:
14Nadat Johannes gevangengenomen was, ging Jezus naar Galilea, waar Hij Gods goede nieuws verkondigde. 15Dit was wat Hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en geloof dit goede nieuws.’
Simon, Andreas, Jakobus en Johannes geroepen
16Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag Hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. 17Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg Mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 18Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem. 19Iets verderop zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, 20en direct riep Hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden Hem.
Een nieuwe leer met gezag
21Ze kwamen in Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Jezus naar de synagoge en onderwees er de mensen. 22Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals de schriftgeleerden. 23Op dat moment was er in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: 24‘Wat hebben wij met Jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben Je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie Je bent, de heilige van God.’ 25Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ 26De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw. 27Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als Hij onreine geesten een bevel geeft, wordt Hij gehoorzaamd.’ 28Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea.
29Toen ze uit de synagoge kwamen, gingen ze rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas, samen met Jakobus en Johannes. 30Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. 31Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen.
32’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar Hem toe; 33alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. 34Hij genas vele zieken van allerlei kwalen. Ook dreef Hij veel demonen uit, maar Hij stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie Hij was.
Deze foto is gemaakt in Kafarnaüm. Het bijzondere is dat de contouren van de huizen uit de tijd van Jezus daar nog staan. Ze zijn gemaakt van basaltsteen en reiken tot ongeveer heuphoogte. Een synagoge – uit de tweede eeuw – staat er ook (niet op de foto) en die is gebouwd op de fundamenten van de synagoge uit de tijd van Jezus en Petrus. Dáár gingen ze dus heen! Dáár liepen ze, tussen de huizen. Dáár, iets verder stapten ze in de boot. Daar wóónden ze. Prominent in beeld zie je een gebouw dat wat lijkt op een Vliegende Schotel. Het is een kerk! Ze hebben die gebouwd om de contouren van het huis waar Petrus en Andreas zouden hebben gewoond.[1] En waar Jezus Petrus’ schoonmoeder genas toen hij uit de synagoge kwam.[2]
Ik ben daar een aantal keren geweest. Indrukwekkend. Als je tussen de contouren van die huizen doorloopt, de synagoge ziet én het meer dat er vlak achter ligt, is het net alsof de twintig eeuwen die er tussen Petrus/Jezus en ons instaan wegvallen. Ze zouden zó om de hoek kunnen komen en je wordt een onderdeel van het verhaal.
En als vanzelf ga je – ik althans – nadenken over hoe ieniminiklein alles begint. In een uithoekje van het Romeinse rijk. Bij wijze van spreken: in Erica, hier vlakbij. Hoe bizar is het dat wat daar begint in de loop der 20 eeuwen uitgroeit tot een godsdienst op wereldformaat. Híer begint – eindelijk….. – de volwassen Jezus.
Ik vraag me om te beginnen af hoe het voor Jezus moet zijn geweest om Jézus te zijn. Vanaf het begin – dat dat weten wij natuurlijk omdat wij het hele verhaal kennen – een soort van “precies hetzelfde als wij, alle andere mensen En tegelijk toch ook uniek anders. Van Boven, van God. Voel je je dan één met die anderen? Soms? Half? Wat doet dat met Jezus? Is het een reden van waarom Hij pas op zijn dertigste in het openbaar laat zien wie Hij is? Wanneer ontdekt Hij dat zelf? Weet Hij het ergens van binnen, zoals een wonderkind van 3 bij het horen van een piano weet: dít is mijn bestemming? Komt het door zijn moeder die Hem vertelt over zijn bijzondere geboorte? We weten er eigenlijk ontzettend weinig van.
Er is het verhaal van de 12 jarige jezus in de tempel, die op die jonge leeftijd een bijna natuurlijk besef heeft van wie Hij is[3]. Je ziet daar Jozef – die dan blijkbaar nog leeft en later niet meer wordt genoemd – en Maria heel begrijpelijk zéér bezorgd zijn: jongen, 12 jaar (groep 8, brugpieper!), waar was je!? En Jezus die haast als volwassene zijn ouders uitlegt dat dit toch heel normaal is vanuit zijn perspectief….. ik moet toch in het huis van mijn Vader zijn…..
Het is dus bijzonder dat Jezus pas rond zijn 30e[4] “zijn werk” gaat doen. Wat is er tussen zijn 12e en 30e gebeurd? Een periode van rijping en roeping, van toegroeien naar? Waarbij Hij zich steesd bewuster wordt van wíe Hij is en wát zijn taak zal zijn? Hoe ook, als zijn achterneef Johannes, gedreven door dezelfde Geest van de God van Israël, al heel veel mensen aanspreekt én doopt, dán verschijnt Jezus op het toneel. Op een bijzondere manier. Ik kom er zo op terug maar vraag me eerst af: wat zou die periode met zijn moeder en broers hebben gedaan? Er lijkt een grote vervreemding tussen Jezus en zijn gezin af te tekenen. Hij gaat dus weg, uit Nazareth, naar Johannes, dan naar de woestijn en dan in Kafarnaüm wonen. Dat doet ook wat met de mensen in Nazareth zelf. Die vinden dat Hij flinke kapsones krijgt…. Hij moet niet denken dat Hij beter is dan wij. Zijn vader was toch timmerman en maakte voor ons nog een vensterbank…..[5]
Als Jezus “naam” én volgelingen begint te maken, begrijpen zijn moeder én zijn broers lange tijd niks van Hem. Er zijn wel eens mensen van wie kinderen of ouders zich lijken aan te sluiten bij sektes. Familie gaat zich grote zorgen maken. Dat doen Maria en zijn broers ook en ze denken zelfs dat Hij gék geworden is en proberen Hem uit zorg naar huis te halen.[6] Jezus’ antwoord dat zijn moeder en broers degenen zijn die het woord van God horen én doen zal hun zorg niet 1,2,3 hebben weggenomen en de familieverhoudingen zullen er ook niet door zijn geworden. Veel later – maar wat moet daar in die tussentijd enorm veel zijn gebeurd – worden zijn moeder en broers volgelingen van hun zoon, hun broer. Probeer het je voor te stellen in je eigen gezin, in je eigen wijk, je eigen plaats.
Want in de ogen van steeds meer mensen – lang niet iedereen, Hij krijgt veel weerstand!! – verschijnt in Jezus iets totaal nieuws op aarde. Van God, op een nieuwe manier, waardoor Petrus na een tijd met Jezus te hebben opgetrokken uitroept: “Toen vroeg Hij hun: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’ 16‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus. 17Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel.”[7] En Thomas – één van de 12 volgelingen – roept overweldigd uit: Mijn Heer en mijn God! En zelfs iemand als Paulus die eerst vervolger en later tot zijn stomme verbazing volgeling van Jezus wordt kan zeggen, dat hij – samen met zijn tijdgenoten – iets totaal nieuws meemaakt over God, dat eeuwenlang verborgen was en nú voor hun ogen zich ontvouwt.[8]
Overweldigend dus. Ik weet nog hoe Mandela in 1990 vrijkwam en hoe we allemaal aan de buis gekluisterd zaten. Zo’n groot mens – zo verzoenend én sterk – komt vrij! En in het jaar ervoor 1989 dat de muur viel!! Dit gebeurt 2000 jaar geleden in een plaats Kafarnaüm zónder pers. Het begin van een wereldwijde en eeuwen omvattende omvorming.
Jezus begint dus…. Hij sluit aan bij wat Johannes doet. Die spreekt mensen aan op punten waar hun leven niet strookt dan wel haaks staat op hoe de God van Israël het bedoelt. Hoe je anderen en/of jezelf beschadigen én dat ze een nieuwe kans krijgen. Die nieuwe kans bestaat uit een symbolische daad: je laat je dopen (je gaat onder water, in de chaos in je eigen problemen en daarmee erken je ze!) én je staat op uit het water. Het reinigt je ook en je krijgt een nieuwe kans. Als douchewater dat je heerlijk verfrissend schoonspoelt. Jezus kiest ervoor om dat ook te ondergaan. Niet dat Hij het zelf nodig heeft, wel als een principieel teken: zó is God. Wie vastloopt, daar eerlijk over durft te zijn, hulp zoekt – al dan niet bewust – wordt geholpen. Wie Jezus meemaakt…, die maakt God mee. En Jezus noemt dat: keer om, maak een goeie draai in je leven, het Koninkrijk van God is nú nabij. Lammen gaan lopen, verwarde mensen komen uit de knoop, zieken worden genezen, mensen gaan vertrouwen op God en zich liefdevoller naar elkaar en zichzelf gedragen. Er is één grondwet: heb elkaar lief en behandel de ander zoals je zelf behandeld zou willen worden.
Hét kenmerkende van Jezus – namens God – is dat Hij de wereld en de mensen erop liefheeft zoals ze zijn. Dus met blutsen, pijn, vastgelopen, wanhopig, de zaak verprutst hebbend in 1001 varianten. Zou Hij de wereld hebben liefgehad zoals die zou MOETEN zijn – vanuit het oogpunt van God – dan zou vooral afkeuring, oordeel, veroordeling zijn houding zijn. Maar dat doet Hij dus juist niet en dat brengt Hem regelmatig en in ernstig conflict de Farizeeërs, de religieuze hoofdstroming, in zijn dagen.
Om dát dus te onderstrepen gaat Hij dus bij een MEER – visser van mensen die verzuipen in hun leven – wonen in acchteraf gebied. En vraagt Hij dus gewone, dappere én breekbare types als Simon en Andreas, Johannes en Jakobus, Maria van Magdala enz. Let maar eens op hoeveel verhalen op en rond het meer spelen en hoe Hij liefheeft én niet oordeelt. Dat raakt de mensen! Hij trekt heel veel volk, een nieuwe kijk op God met gezag, uitstraling, aantrekking. Z’n moeder en z’n broers in de war, de kerk op de hobbel en in de weerstand. En veel mensen die zich laten liefhebben om wie ze zijn en met wat ze zijn. Omdat ze daar naar snakken…… Wie niet? Ik wel, ik ook.
Hij wint daarmee het vertrouwen van heel veel mensen. Ik gebruik bewust het woord “vertrouwen”. In het Grieks – de internationale taal van die tijd, vgl. wat Engels nu is – heb je het woord “pistis”. Vertrouwen/geloven, zo vertalen wij het. Geloven is in mijn ogen in eerste instantie iets van het “verstand”. Vertrouwen is meer iets van “je hart”, iemand wint je vertrouwen…. Loop maar over het water……, geef mij je hand, ik maak je beter (tegen de schoonmoeder van Petrus). Dat is dus de essentie van het Koninkrijk van God waarvan Jezus Dé vertegenwoordiger is. Dat maakt Hij waar in een wereld die daar in 1001 varianten haaks op staat. Maar juist door déze wereld – en niet de perfecte – lief te hebben, daarom wint Hij het vertrouwen en verandert er door Hem zóveel. Ik vertrouw, overwin mijn wantrouwen……
Het begint in Kafarnaüm. Ik loop er in gedachten rond, tussen de contouren. Verbaas me dat ik – mannetje uit Hardenberg, 2000 jaar later – tussen mensen uit allerlei landen rondloop op dat plekje van 3x niks. Waar het begon. Die gekke ufo herinnert eraan hoe Hij rondliep en in het huis van Petrus kwam, zijn schoonmoeder genas en Petrus’ wantrouwen telkens overwon. U…., U bent de messias, de Zoon van de levende God,’
[1] Zie vs 29 hierboven in de tekst van Marcus
[2] Nadat keizer Constantijn in 312 i.p.v. vervolger volgeling van Christus werd ging m.n. zijn moeder – keizerin Helena, die overtuigd christen was – naar Israël om daar zoveel mogelijk te onderzoeken waar de gebeurtenissen rondom Jezus zich zouden hebben afgespeeld. Veel van de plaatsen die als “historisch” worden beschouwd hebben we aan haar te danken (o.a. de kerk van de opstanding in Jeruzalem).
[3] Lucas is de enige die het verhaal vertelt in Lucas 2:48-49
[4] Lucas vertelt dit in hoofdstuk 3:23
[5] Lucas 4:14-30 tekent de spanningen
[6] Marcus 3:20
[7] Het staat in Mattheüs 16 en het vervolg van wat Jezus zegt gaan we nog tegenkomen, omdat die zinnen breeduit in de Sint Pieter in Rome terecht zijn gekomen en het fundament zijn voor het centrale van de kerk van Rome: 18En Ik zeg je: jij bent Petrus, en op die rots zal Ik mijn kerk bouwen; de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. 19Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven; alles wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en alles wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’
[8] Kolossenzen 1:26-27 bijv.