Knooi’n is een mooi woord uit het dialect. Er zit veel in. Aan de ene kant iets ontspannens: knutselen. Mijn schoonvader was er een meester in, eindeloos in zijn schuurtje aan het prutsen. En soms kwam er iets geweldig moois uit. Maar prutsen en verprutsen liggen in elkaars verlengde. Soms ging het ook finaal mis en sloeg hij zich op zijn duim, verknooide hij waar hij mee bezig was. Het is net het leven zelf….. We knooi’n wat af als mensen. In deze rubriek gaat het daar telkens opnieuw over….
Het zou zo maar kunnen dat mijn goede vriend uit Baarn en ik over een paar jaar samen een reünie gaan organiseren van onze klas 6 (groep 8) van de KWS in Baarn. Als we allemaal de AOW-leeftijd hebben bereikt, dan zit er een lange levensfase op voor iedereen.
Basisschool: daar wordt ergens de basis gelegd voor de rest van je leven. Kinderen uit heel verschillende gezinnen met heel verschillende achtergronden met heel verschillende kwaliteiten (hoofd/hart/hand) vertrekken vanaf die plek het leven in.
En wat wordt er dan van iedereen? Nou, dat is dus misschien mooi om over een paar jaar te bekijken. Tenminste….
Dan moet je om te beginnen wél in leven zijn. De gemiddelde leeftijd is ongeveer 80. We zijn dan 67, maar niet iedereen wórdt 80. En je moet ook nog gezond genoeg zijn en nog niet alles vergeten…. Daarbij: je moet wél goede herinneringen hebben aan je basisschool. Stel je voor: je bent stevig en langdurig gepest. Dan is het laatste wat je waarschijnlijk wilt dat je die mensen van vroeger weer ziet. En tot slot: je moet het fijn vinden om aan anderen over je leven tussen basisschool en je 67e te vertellen. Ik weet nog dat een vriend van mij – voor wie ik veel respect heb – jaren geleden niet naar een reünie wilde van onze gezamenlijke middelbare school. Zijn leven zat zó vol pijnpunten, dat hij anderen niet wilde vertellen hoe zijn leven was gegaan en daarom de reünie vermeed.
Toch hoop ik dat we veel mensen gaan ontmoeten. We waren met 44. In de eerste jaren (klas 1/2, groep 3/4) zaten we in één lokaal met één juf. Respect voor die juffen. Daarna zijn we in alle jaren verspreid over meer combinatieklassen. Telkens in verschillende samenstellingen. Dus met iedereen zat je wel een keer in de klas. We waren dan ook als het erop aankwam één groep, verspreid over twee lokalen en twee leerkrachten. Als er een sporttoernooi was, waren we gewoon één team! En voor verjaardagsfeestjes werd er over klasmuren heen uitgenodigd.
In klas 6 (groep 8) gebeurde er iets vreemds. Ik kan nóg m’n vinger er niet op leggen. We waren 6a en 6b. Dat was niet nieuw. Maar opeens was het een probleem: 6a en 6b stonden tegenover elkaar. In de pauze braken er gevechten uit. Echt: gevechten, er werd flink op geslagen, tot huilens toe. Telkens jongens van 6a tegen 6b. De meiden er omheen, joelen, aanmoedigen, afzeiken als iemand verloren had.
Ik was nooit zo’n vechter met vuisten. Meer met m’n mond. Was ook nooit heel sterk. Ik stond erbij en keek ernaar. Mixed feelings: aan de ene kant de verbijstering. Wat gebeurt hier? Wat doen we nou toch? Aan de andere kant een raar soort opwinding. Me heel verbonden met míjn groep (6a geloof ik). Opeens, na een gevecht van twee anderen zag ik Hans van R. staan. Uit groep 6b. Net wat kleiner dan ik, net zo smal. Schuchtere, wat angstige, aardige blik. Wat bezielt me, ons? Zou ik Hans ook naar de keel gevlogen zijn zonder groepsdruk? Nee, daar was geen enkele reden voor. Opeens vloog ik hem naar de keel. Kinderen joelden. Ik had ‘m er snel onder….. In de houdgreep, beetje keel dichtknijpen. Machtig gevoel. En dom gevoel… Ben ik dit? Waarom dan?
Klassenstrijd is een woord van Marx: arm tegen rijk. Rassenstrijd is een woord van Martin Luther King: blank tegen zwart. Feminisme is een woord van Aletta Jacobs en anderen: vrouw tegen man. Wat ís het toch??? Er is het bijzondere verhaal van Willaim Golding, Lord of the Flies. Dat is de vertaling van het woord “Beëlzebub” uit de bijbel. Een woord voor duivels, de waanzin die regeert. Een groep jongens van een middelbare school komt terecht op een onbewoond eiland. Eerst zijn ze vrienden. Maar het loopt gruwelijk mis, waanzinnig. Er vallen doden…. Op den duur komt een Engelse marine-officier ze redden. Die is verbijsterd, dat beschaafde kinderen elkaar dit aandoen. De ironie is dat hij net uit de WO2 komt, waar dezelfde waanzin op grote schaal door beschaafde volwassenen uit beschaafde en ontwikkelde landen werd gepleegd……
Even plotseling als hij opkwam ging de klassenstrijd ook weer liggen. We werden – gelukkig – weer vrienden. Deden de musical samen, gingen op schoolkamp in Hattem en zagen daar het WK van 74, Nederland-Zweden, 0-0. We gingen – voor zover ik weet goed uit elkaar…..
Wie weet dus, over een paar jaar elkaar weer zien! Ik zie uit naar Hans van R. Toen ik hem opzocht op internet zag ik diezelfde, wat schuchtere blik. Hij is onderwijsadviseur geworden op basisscholen. Hopelijk kan hij leraren en leraressen helpen om kinderen te helpen met de potentiële waanzin die ons soms – vooral in groepen – de baas wordt….. Ga ik een biertje met hem drinken……