Kern van het verhaal:
In Galaten 5 schrijft Paulus een verhaal met deze strekking: [1]Een mens wordt werkelijk vrij als je beseft dat God in Christus onvoorwaardelijk van je houdt. Hij houdt niet meer van je als je je best doet voor Hem of een uitmuntende levensstijl – door je perfect aan de wetten en geboden van God te houden – hebt. Hij houdt niet minder van je als je totaal de fout in gaat. Je kunt zonder angst voor wat mensen van je vinden, wat je van jezelf vindt vrij in het leven staan: God houdt van je, vertrouw dat. Geloof/vertrouw dat betekent dat zijn liefde in je werkzaam is, de basis onder je leven. Het woord dat in het hele Nieuwe Testament wordt gebruikt is het Griekse woord “agapè”: onvoorwaardelijke liefde.
Nu ontstaat daar ook een misverstand over: mooi makkelijk! God houdt altijd van je! Of je nou goed of kwaad doet. Waarom zou je dan nog goed doen? Er staat toch geen sanctie op. Dit is een vrijbrief tot “doe alles wat je wilt”. Het is – volgens Paulus – inderdaad een misverstand. Hij schrijft dit:
13Want u bent tot vrijheid geroepen, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde.
14Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.
15Maar als u elkaar bijt en verslindt, pas dan op dat u niet door elkaar verteerd wordt.
16Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen.
[1] Galaten 5: 1Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.
2Zie, ik, Paulus, zeg u dat, als u zich laat besnijden, Christus u van geen nut zal zijn.
3En nogmaals betuig ik aan ieder mens die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de hele wet te onderhouden.
4U bent van Christus losgeraakt, u die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; en daarmee bent u uit de genade gevallen.
5Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de hoop van de gerechtigheid.
6In Christus Jezus heeft namelijk niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar het geloof, dat door de liefde werkzaam is.
In de tijd dat Jezus en Paulus leven gaat er een fundamentele discussie onder gelovige Joden rond: waarom zou je de geboden van God houden? Zou je dat doen omdat je bang bent dat je anders straf krijgt van God, op je donder? Of zou je het doen uit liefde? Kernachtig samengevat door een rabbi uit de tweede eeuw voor Christus: wees niet als dienaren die hun meester dienen om een beloning te ontvangen (of straf, wv.d.w) maar wees als dienaren die hun meester dienen om geen beloning te ontvangen.[1]
Misschien een aardige vraag om bij jezelf naar binnen te kijken: waarom help je een ander of waarom doe je dat niet? Is het een innerlijke drive – in het Nieuwe Testament hebben ze daar een woord voor: er buikpijn van krijgen omdat je leed bij de ander ziet?[2] Is het uit een “wat zullen de mensen ervan zeggen als ik het niet doe?” Is het uit schuldgevoel naar jezelf, God? Hoop je er “likes” mee te krijgen? Is het wat anders?
Terug naar Paulus en wat hij schrijft en wat er speelt in zijn tijd. In het oude testament komt regelmatig voor “de vrees voor de Heer is het begin van wijsheid”. In het Hebreeuws, de grondtaal, staat inderdaad een woord dat “vrezen/bang zijn” betekent. Nu wordt uit de rest van het oude testament wel helder dat het “vrezen” ook “diep ontzag hebben voor” kan betekenen. Maar het laat onverlet dat er iets in zit van “pas op, want anders….” Een voorbeeld is dit dreigement uit de 10 geboden: je zult je geen gesneden beeld maken van wat boven in de hemel en van wat beneden op de aarde noch van wat in de wateren onder de aarde is. Je zult je voor hen niet buigen noch hen dienen, want de Here is een NA-IJVERIG God die de ongerechtigheid van de vaderen bezoekt aan de kinderen….[3] Je vindt deze echo bijvoorbeeld ook terug in de gelijkenis van de talenten, die Jezus vertelt. Dienaren krijgen resp. 5, 2 en 1 talent al naar gelang ze dat aankunnen. Degene die het ene talent krijgt, begraaft het in de grond: zo kan ik het ongeschonden terugdoen en maak ik geen enkele fout. Kan de Heer ook niet boos worden. Hij reageert dus vanuit angst.
Er is nóg een grondtoon in het Oude Testament, naast het “bang zijn voor”: dat is het “God liefhebben en je naaste liefhebben als jezelf”. Een relatie gebaseerd op vertrouwen, liefde. Je vindt die lijn terug in de evangelieverhalen, als aan Jezus wordt gevraagd wat de belangrijkste geboden zijn.[4]
Paulus zit zélf eerst op die eerste lijn: uit angst/ontzag voor God je aan de wetten houden. En als je dat doet, houd je dan ook aan alle! Het werkt angst en perfectionisme in de hand. Geen fouten durven maken. En in het geval van Paulus ook nog: die wetten/regels gebruiken om zich meer en beter te voelen dan anderen en op hen neer te kijken/geweld aan te doen. Liefdeloos dus in meer dan één opzicht.
Als “agapè” de kern van God/Jezus is, dan betekent dat onvoorwaardelijke liefde: er wordt van je gehouden om wie je bent. Je eigenwaarde ligt niet in hoe goed je je aan regels houdt en/of je verliest die eigenwaarde niet als je faalt. Voor Paulus – opnieuw, zijn eigen ervaring – betekent het niet dat het een vrijbrief is om er een zooitje van te maken, maar dat die liefde van God zó in zijn leven wortel schiet, dat hij oproept tot liefhebben. Zijn beroemdste hoofdstuk – er zijn veel mensen getrouwd met die tekst is in dezen 1 Korinthe 13. Kern is daar: de liefde zoekt de ander en doet die geen kwaad.[5] Maar hier geeft hij een heldere samenvatting. Het is onzin dat je omdat er toch van je wordt gehouden – die liefde geeft je vrijheid tot op het bot! – je maar gaat doen wat je wilt ten koste van een ander. Integendeel, die liefde inspireert om de wetten – de aanwijzingen van God – doorleefd en vanuit liefde in de praktijk te brengen. Het is geloof door liefde in gang gezet.[6]
Van daaruit kan hij dus ook schrijven, dat die vrijheid om zonder angst als kind van God te leven ons vrijmaakt om te leven zoals God dat graag ziet. Waarbij de geboden geen doel in zichzelf zijn, maar manieren om dienende onvoorwaardelijke liefde in de praktijk te brengen. Een voorbeeld: hou relaties heel, vecht ervoor. Maar als de liefde dood is, dan is het legitiem om uit elkaar te gaan. Liefde is de doelstelling, de innerlijke grond van een relatie. Blijf met je handen van de spullen van een ander af. Maar – ooit bracht bisschop Muskens het zo – als je niks te eten hebt, steel dan een brood. Want het gebod kan niet betekenen dat je van de honger omkomt. Of: in de tweede wereldoorlog loog je tegen Duitsers als je zei dat je geen Joden verborg, terwijl je ze wél in je huis had. Zou je wél de waarheid hebben gesproken, dan was je liefdeloos naar kwetsbare mensen geweest.
Dus, als vrije mensen – geliefd los van of je goed of kwaad doet – leef je vanuit diezelfde liefde. Het is een beetje als een druivenrank die aan een wijnstok zit: hetzelfde sap loopt van de wijnstok naar de rank (Jezus) naar de takken (wij). Het kan niet anders dan dat de druiven voor een ander dan zoet zijn, doordrenkt van de liefde van Christus.[7] Dat bedoelt Paulus met “wandelen door de Geest”. Maar dat vraagt een volgend stukje!
[1] Rabbi Antichonos uit Soccho, tweede eeuw v. Christus, geciteerd in D. Flusser, tussen oorsprong en schisma,
[2] In het verhaal van de Barmhartige Samaritaan komt dat woord voor. Splangnizomai, is het Griekse woord, innerlijk ontferming voelen
[3] Exodus 20:4 e.v.
[4] Mattheüs 22:37-39, gebaseerd op Leviticus 19:18 en Deut 4:4-6
[5] Die tekst vind je letterlijk in Rom 13:10.
[6] Galaten 5:6
[7] Je vindt deze zelfde gedachtegang/vergelijking in om te beginnen het prachtige stuk in Johannes 15:1-8 en daarna 9-17. In 1-8 vergelijkt Jezus zichzelf met de wijnstok, zijn vader met de wijnboer en ons met de ranken. Het zit allemaal organisch aan elkaar vast. Als het zó aan elkaar vast zit, gaat het haast als vanzelf. Daarna volgt vs 9-17 over de agapè. Dat is 1 op 1 een uitleg van de verzen 1-8. Daarnaast loont het de moeite om de eerste brief van Johannes te lezen: hoofdstuk 4 7-21. Over hoe liefde angst uitdrijft en liefde oproept. Je zou het elke dag kunnen lezen om te weten hoe je leven mag zijn.