Hardenbergse helden in beeld (1)
Bij de Kuip in Rotterdam staat een beeld van Feijenoord-icoon Coen Moulijn. Johan Cruijff staat in de arena. Her en der in het land staat de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje. Als een stad een beeld plaatst van iemand zegt dat iets over wat je in een stad belangrijk vindt.
Wij hebben er – voor zover ik zie – twee: Aaltje Kraak en Frits de Zwerver. De één staat op het Wilheminaplein, vlakbij de kerk, de ander op het pleintje bij de Brandweg. Wat zegt dat van ons? Dat van Aaltje Kraak is misschien wel uniek in de wereld! Welke stad richt een standbeeld op voor iemand die de hele stad laat afbranden? Een stad rédden, dat is heldhaftig, maar laten afbranden? Het gebeurt Aaltje op 8 mei 1708 ergens in de avond. Ze is weduwe en wil de broek van haar zoon repareren. Ze zoekt naar garen in de buurt van haar bedstee als de kaars waarmee ze zoekt omvalt. Is het dommigheid? Onachtzaamheid? Is ze gewoon bekaf van het sappelen om als weduwe overeind te blijven en ook nog te zorgen voor in élk geval één kind? Binnen een mum van tijd gaat het huis in de hens en met haar huis nog een kleine 100 andere. Vier huizen blijven staan, de school ook en de kerk. Weg is Hardenberg in die dagen. Gelukkig, niemand komt om. Een vuurwerkramp uit 1708, zoiets. Uit heel Nederland wordt hulp geboden. Uit Uelsen ook. Er worden nieuwe woningen gebouwd en Aaltje krijgt er ook één. Het wordt haar niet kwalijk genomen. Meeleven, een ander niet laten vallen als die met vallen en opstaan door het leven gaat. Aaltje krijgt geen slechte naam in de boekjes, maar een beeldje op een plein. Als icoon in Hardenberg voor wat hier hopelijk nog heel lang belangrijk is: empathie voor wie even helemaal onderuitgaat.