Knooi'n: pogingen om wat van het leven te maken

De Parkerpen van meester Waardenburg

Als ik 11 jaar ben zit ik in groep 8 (klas 6) van de KWS in Baarn. Meester Waardenburg – het “hoofd der school” – is onze meester. Hij maakt indruk op veel manieren! Een statige man, die respect afdwingt. Soms heel boos en dan gooit hij de barkruk waar hij normaal op zit tot achter in de klas. Wij sidderen… Het meeste indruk op mij maakt hij omdat hij in mijn ogen een zilveren prachtige Parkerpen heeft. Daarmee zet hij zijn handtekening onder onze rapporten. Prachtige pen, prachtige handtekening. Ik word een soort ekster! Ik wil ook zo’n pen en zo’n handtekening! Later als ik groot ben…, of liever nog: direct! Ik heb niet zo heel veel neigingen om veel moois te willen hebben, maar glimmende Parkerpennen….

Tegenover ons woont Arie. We worden vrienden. Zijn moeder nodigt me vaak uit om pannenkoeken te komen eten! Als ik aan de bar daar zit te smikkelen valt mijn oog op een bakje met pennen. Er staan veel plastic pennen in, van die bics die je kunt eten. En daartussen: de zilveren (nou ja, roestvrij staal, want dat blijkt het te zijn, maar als je verliefd bent is alles mooier…) Parkerpen zoals die van de meester! De ekster in mij wordt wakker. Ik bedenk redenen waarom de overburen die pen niet weten te waarderen en ik wel. Wie zet nou zo’n prachtpen in een bakje met bics? Dus die pen heeft het veel beter bij mij. De pen wordt een obsessie. Ik móet ‘m hebben. Bij ieder bezoekje zie ik de pen weer en wordt de drang groter. En dan…., als niemand het ziet verdwijnt hij op een keer plotseling in mijn broekzak. Dolblij en doodsbang ga ik naar huis. Thuis kun je niet vertellen van de nieuwe pen, het prachtige én gestolen bezit. Op mijn kamer ga ik ermee schrijven, een handtekening oefenen. Voor later als je formulieren moet invullen met “aldus naar waarheid in gevuld” en dan je handtekening met gestolen pen. Na een paar weken loopt mijn spanning hoog op. Het bezit van de pen maakt blij én schuldig. Ik stop de pen terug in zijn bakje, bij de bics. Niemand heeft het gemerkt. De opluchting is groter dan het gemis van de pen. Maar beide zijn sterk. Iedereen die wel eens iets heeft gepakt dat van een ander is zal iets van deze spanning herkennen. Iedereen die weet wat het is om geobsedeerd te raken door iets of iemand anders die eigenlijk niet van jou is, zal het ook snappen.

We verhuizen van Baarn naar Hoogeveen. Mijn vader raakt daar in de problemen met zichzelf, met drank en met ons. Ellendige tijd waarin hij veel leugens vertelt over stoppen met drank en toch weer doorgaan. Veel schuldgevoelens bij hem, iets dat sterker is dan hij en sterker dan zijn liefde voor ons. Uiteindelijk gaat hij de strijd aan met zichzelf en overwint hij zijn angsten, zijn verslaving en wint zijn liefde het. Na 15 maanden therapie waarin hij niet thuis was komt hij terug. We omhelzen elkaar en beginnen opnieuw. Bij het afscheid nemen van de kliniek waar hij afkickt krijgt hij een cadeau: een pennenset. Twee Parkerpennen: een vulpen én een ballpoint. Jawel…, de pen zoals meester Waardenburg er eentje had. Als hij dan zijn handtekening zet onder een formulier met die pen dan klopt zijn leven weer:  aldus, naar waarheid ingevuld….

Heel lang heeft hij niet van die set kunnen genieten. Hij stierf, veel te vroeg. Ik erfde de pennen. Met de vulpen maak ik altijd de voorbereidingen voor mijn preken. Eerbetoon aan hem en ook aan God die hem hielp van die drank af te komen. In mijn pennenbakje staat de ballpoint. Tussen andere pennen, net als bij Arie thuis. Hij heeft een heel bijzonder plekje in mijn hart en in mijn geheugen. Als ik formulieren moet invullen of brieven schrijf die echt persoonlijk zijn, dan gebruik ik de meester Waardenburgpen. Met mijn handtekening eronder. Niet zo mooi als de zijne, maar wel een eerlijke.