Een reconstructie van een levensgeschiedenis van Simon Petrus, een mens van vlees en bloed, die onder invloed van Christus komt en dat gaat zijn leven helemaal stempelen tot zijn eigen verbazing.
Uit Mattheüs 26: 36Vervolgens ging Jezus met zijn leerlingen naar een plek die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, Ik ga daar bidden.’ 37Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Toen Hij bedroefd en angstig begon te worden, 38zei Hij tegen hen: ‘Ik ben diepbedroefd, tot stervens toe. Blijf hier met Mij waken.’ 39Hij liep nog een stukje verder, liet zich voorover vallen op de grond en bad: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals Ik het wil, maar zoals U het wilt.’ 40Hij liep terug naar de leerlingen en zag dat ze lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Konden jullie niet eens één uur met Mij waken? 41Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’ 42Voor de tweede maal liep Hij bij hen vandaan en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan Mij voorbijgaat zonder dat Ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals U het wilt.’ 43Toen Hij terugkwam, zag Hij dat ze weer sliepen, want ze waren door vermoeidheid overmand. 44Hij liet hen achter, liep opnieuw wat verder en bad voor de derde maal, met dezelfde woorden als daarvoor. 45Daarna voegde Hij zich weer bij de leerlingen en zei: ‘Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? Het ogenblik is nabij waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan zondaars. 46Sta op, laten we gaan; kijk, hij die Mij uitlevert, is al vlakbij.’
Dit is een foto van Getsemane. De bomen die er staan zijn heel oud: knoestig, getekend door de eeuwen. Mensen die het kunnen weten zeggen dat sommige bomen er mogelijk al waren toen Jezus er worstelde en bad. En bad en worstelde… Om Gods wil te zoeken. En hoe Johannes en Jacobus én Petrus daarbij in slaap vallen. Weg uit hun comfortzone, weg uit Galilea. In de hoogspanning van Jeruzalem, die ze niet aankunnen.
Zoals je in je fantasie in Kafarnaüm Jezus en Petrus kunt zien rondlopen, zo gebeurt dat hier ook. Nog intenser. Wat me het meeste trof de vier keren dat ik er stond, is hoe dicht alles bij elkaar ligt, letterlijk en figuurlijk. Getsemane, -betekent olijfpers; als olijven niet worden geperst, kapot worden gemaakt, kunnen ze hun heilzame olie niet geven. Alleen dat al heeft een symbolische lading met wat Jezus daar beslist: leg ik Mijn leven af, laat ik me kruisigen, kapotslaan, dan zal het vrucht dragen. Een dood, die vrucht draagt? Als ik het behoud, vlucht, dan blijf ik leven, maar vruchteloos?[1]
Gethsemane ligt onderaan de olijfberg. Logisch, als je olijven oogst en je wilt ze persen, maak dan gebruik van de zwaartekracht en pers ze beneden. Op een paar honderd meter van die plek zie je de stadsmuren liggen én de tempel. Als Jezus dus bidt, ziet Hij de stad én de dreiging die ervan uitgaat. Ieder moment kunnen ze Hem komen halen. Dat zie ik ook, als ik daar loop.
De olijfberg zélf is een paar honderd meter hoog. Een relatief klein stukje klimmen dus naar de top. Daal je af aan de andere kant van die berg, dan ben je direct in de woestijn van Judea. Zou Jezus dat doen, dan is Hij veilig. Leven en dood liggen voor Hem vlakbij elkaar. Als je daar staat, in die tuin, op die plek, komt de keuze heel dichtbij. En voel je iets van dat angstzweet van Jezus.. En van zijn keuze. Mijn wil…, Uw wil? Wat is dat eigenlijk voor “een wil”? Je snapt dus ook hoe belangrijk het voor Jezus is dat die drie makkers – Petrus, Jacobus en Johannes – bij Hem zijn. Om maar een veel lichter – en toch heel zwaar – voorbeeld te noemen: wie naar het ziekenhuis gaat voor een levensbedreigende operatie wil zijn geliefden bij zich. Ter ondersteuning. Als die het laten afweten…. Dat gebeurt dus. Zoals het later – als Jezus gevangen is genomen – nog intenser gebeurt: Jezus, die ken ik niet,[2] zegt Petrus die eerder nog vol bravoure zei: “al zullen anderen je verlaten, Jezus, Meester, ik nooit. Best friends forever”.[3] Vriendschap kan geweldig zijn en bitter, bitter tegenvallen. Jezus KIEST. Om te blijven, om gevangen genomen te worden. Mensen kiezen om Hem te pakken, Hij kiest ervoor om zich te laten pakken. Waarom toch?
Boven het kruis zal in drie talen geschreven staan “Jezus uit Nazareth, de Koning der Joden”. Dat heeft voor de meeste lezers van de bijbel van NU niet zoveel betekenis. Voor de mensen in die dagen is dat totaal anders. Het vertelt met een diepe ironie, wie er eigenlijk gekruisigd wordt. Diepe ironie, omdat wat je ziet het tegendeel is van een Koning. Alleen slaven en grote misdadigers werden in die dagen door de Romeinen zó gemarteld en gedood. Wie zó wordt gedood, is volgens de Joden[4] eigenlijk een door God totaal vervloekt iemand. In de ogen en de overtuiging van de evangelisten is de naakt hangende Jezus wel dégelijk die koning. En niet de door God vervloekte maar door hem beminde mens. Bittere ironie.
Het vertelt ook wat anders: sinds 63 (!) voor Christus is Israël onderdeel van het Romeinse rijk. In eerste instantie lucht dat de mensen op: er woedt voor die tijd al heel lang een zware burgeroorlog in Israël, die heel veel onrust brengt en met de komst van de nieuwe machthebber ontstaat er een vreemd soort stabiliteit. Er is nu maar één de baas, de Romeinen. Tegelijk gaat dat uiteraard op termijn wringen. Wij wilden in WO 2 van de Duitsers af! De Romeinen zetten telkens “zetbazen” neer, die in Israël de Romeinse orde moeten bewaken. Koning Herodes de Grote – t.t.v. de geboorte van Jezus – is er zo eentje. Herodes Antipas – zijn zoon – is het ten tijde van Jezus in Galilea en Pontius Pilatus is de gouverneur in Judea. Gehaat zijn ze, zeker omdat ze ook nog hoge belastingen heffen. Telkens zijn er charismatische types – vergelijk het met Robin Hood, die vecht tegen de koning in Engeland – die in verzet komen. Barabbas is er zo eentje. Hoe noem je zo iemand? Vanuit het oogpunt van de Romeinen “terrorist”. Vanuit het oogpunt van de Joden misschien wel “geus, zeloot, vrijheidsstrijder”. Jezus met ál zijn aanhang treedt dus op in die dagen. De mensen willen Hem koning maken. Het gekke – voor de Joden zeker in die dagen! – is dat Hij dus zó geen koning wil zijn. De keuze tussen Barabbas en Jezus is een keuze. Al de charismatische leiders, koningen waarop mensen hun hoop vestigen, gebruiken geweld tegen de Romeinen. Jezus dus niet. Wat héb je nou aan zó iemand als je land al zó lang bezet wordt? Die wel met geweld de tempel op z’n kop zet, maar de bezetter met rust laat.
Dat wordt nog wat scherper als je bedenkt dat het Pèsach is. Dat is het Joodse bevrijdingsfeest, waarin de Joden gedenken en vieren dat ze zo’n 14 eeuwen daarvoor vast zaten onder een andere vreemde mogendheid: de Egyptenaren en dat God hen dááruit leidde. Zeg maar een soort 4-5 mei….., met religieuze lading. Het is dus altijd spannend voor de Romeinse leiders én de religieuze leiders in het land hoe ze “dit jaar het Pèsach” weer doorkomen. De rest van het jaar verblijft Pilatus, de gouverneur, altijd in Caesarea, aan de kust. Maar met Pèsach is hij in de stad. Voor “je weet maar nooit”. Om de spanning te ontladen heeft hij een ritueel bedacht: ik laat een gevangene vrij en de Joden mogen zelf kiezen wie. Toch nog een beetje bevrijding….
Jezus’ keuze om met Pèsach in Jeruzalem te zijn en dán gevangen genomen te worden is dus met allerlei spanning omgeven én heeft alle kans ánders begrepen te worden dan Hij dat wil. Géén gewelddadige koning dus. Een geweldloze, die het over zich heen láát komen en dat verbindt aan de wil van God???????? Bizar vanuit Joods oogpunt, je snapt Judas’ verwarring dus ook. Misschien speelt dat wel mee in zijn hoofd en hart om Jezus te verraden. Hem gewoon niet begrijpen![5] Wat voor Koning dan wél en waar bevrijdt Hij van? Wat heeft die dood dan voor nút voor ons, de mensen daar om te beginnen?
Jezus gaat dus bewust, kiest er niet voor om te vluchten over de olijfberg. Dat moet voor Hem opnieuw een enorm groeiproces zijn geweest. Hebreeën schrijft erover, dat Jezus gaandeweg de gehoorzaamheid heeft geleerd. D.w.z. dat Hij steeds meer ontdekte, dat als Hij de roeping en rol die God Hem heeft toebedacht, wáár zou moeten maken dít de consequentie zou zijn.[6] Jezus zelf vertelt de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters, waarbij God uiteindelijk “zijn Zoon stuurt” met het idee “die zullen ze toch wel ontzien. Zó verknipt en zo gek en zullen de mensen toch niet zijn?”[7]
En toch ervaart Hij het als een “moeten”.[8] Petrus’ uiting van: dat verhoede God, dat U zult sterven dat daar direct op volgt is zo logisch als het maar kan. Waarom nou dit? Het gaat toch mooi, Uw spreken over KONINKRIJK, moet je kijken wat er voor moois gebeurt onder de mensen, in de mensen, aan de mensen…… Uw woorden raken mensen, ze raken milder, liefdevoller naar zichzelf, anderen. Zieken genezen, grenzen worden doorbroken. En dat allemaal ondanks de bezetting van de Romeinen. Dat mag toch nog niet ophouden, niet doodbloeden en al helemaal niet bewust? Je wilt iemand voor wie je respect hebt, van wie je houdt, die je als van God gezonden ziet toch niet missen? En zeker niet als diegene zélf die dood lijkt te gaan zoeken? Dat verhoede God.[9] En Jezus ervaart Simon – die Hem even daarvoor nog als “Messias” herkent en benoemt – daar als satan. Niet Judas dus, maar Petrus. Satan betekent “tegenstander”: van God en zijn wil.
Je – ik! – raakt niet uitgedacht, over het “waarom” van dat sterven, de keúze! Ik doe een poging – in eerbied, verwondering en het nooit helemaal op een rijtje krijgend – . Hoe ver gaat liefde? Het Nieuwe Testament is in het Grieks geschreven. Dat is in die dagen de internationale taal, zoals Engels dat nu is. Consequent gebruiken de schrijvers van het Nieuwe Testament voor “liefde” waarmee God ons in Christus liefheeft het woord “agapè”.[10] Dat is een woord dat vertelt dat er van je wordt gehouden ook als daar totaal geen reden (meer) voor is, integendeel. Je flikt alles waarmee je God – en je onschuldige naaste, Jezus in dit geval – alle reden en recht geeft om je totaal af te fakkelen. Verdoemen, mag je het ook noemen. Afwijzen, straffen. Nooit meer willen zien. Tijdens Jezus’ actieve periode op aarde zoekt Hij mensen op die “in hun problemen aan het verzuipen zijn”. Allemaal rond het meer van Galilea. Het maakt Hem niet uit of die mensen door omstandigheden of door eigen schuld in het slop zijn beland. Door ze zónder oordeel te benaderen – Hij houdt van hen zoals ze ZIJN niet zoals ze evt. zouden MOETEN zijn – voelen ze zich veilig, aanvaard. Dat is houden van op de manier van agapè. In veel gevallen veranderen mensen daardoor positief: worden ze meer de mens die ze kúnnen zijn. Vernieuwd, hersteld. Liefde houdt van mensen om wie ze zijn en die liefde heeft positieve uitwerking.
Nu zoekt Jezus in Jeruzalem in mensen haast bewust dát op, waar we de planken op veel manieren enorm misslaan. Pilatus is de politicus die zijn eigen hachje/het pluche belangrijker vindt dan recht doen aan een onschuldig mens. Gewone mensen raken populisten en schreeuwen de meest afschuwelijke dingen: minder, minder, minder. Of “Heil Hitler” of “Kruisig Hem”: we kunnen zomaar de kolder in de kop krijgen. Vriendschap kan prachtig zijn en vrienden kunnen bitter tegenvallen, Petrus, Judas….. De kerk in die dagen zou God toch als Gód moeten zien, maar ze mis-kennen Jezus. De Zoon van de eigenaar van de wijngaard wordt gedood. Soldaten zijn als ambtenaren: ze voeren slechts een bevel zonder nadenken en kruisigen een onschuldige. Alles wat deze wereld kapot kán maken wordt opgeroepen, komt boven water als Jezus de confrontatie zoekt. Sterker nog, Hij zoekt het zelf nog een laag dieper. Hij vecht tegen de tegenstander, het donker, de vorst van de duisternis, de satan.[11]
Als er regelmatig staat dat Jezus “moet” sterven dan is dat het “moeten” vanuit de liefde. Zoals die man die jaren achter elkaar naar zijn vrouw in het verpleeghuis ging, iedere middag, uit liefde. Gewoon omdat hij van haar hield – hoe gewoon is dat? God heeft altijd al “gewoon” van ons gehouden, zonder voorwaarde, om wie we zijn. Vanaf het begin. Maar dat kun je ergens pas écht zien, ervaren, op het moment dat er een situatie ontstaat waarbij God/Jezus alle reden heeft om ons totaal vaarwel/naar de hel te verwijzen. Of deze wereld en ons aan ons lot over te laten. En dus vlucht Hij niet weg, de woestijn in, maar laat Hij het over zich komen. Bewust. Omdat zó duidelijk wordt dat deze liefde dus écht onvoorwaardelijk is. Had dat niet anders gekund? Dat weet ik niet. Dat blijft een vraag. Ik weet wel dat het zó gebeurt! De liefde van God wint, overwint. Dus ook de lafheid van Petrus…..
Jezus had Petrus door: je overschreeuwt jezelf met dat je mijn “best Friend forever” bent. Je gaat jezelf nog hard tegenkomen. Je zelfbeeld aan flarden. Het is niet dat je niet van Me houdt, maar je eigen hachje en eigen angsten, je eigen leven…., die wegen zwaarder.
De volgende foto bij het volgende stuk over hoe Petrus in Rome terechtkomt zal zich afspelen in Galilea. Daar waar Petrus met zichzelf worstelt en hij Jezus ontmoet….. Die plek, dat was ook fascinerend! Maar dat gebeuren daar had nooit kunnen gebeuren als Jezus hier mensen – uit naam van zijn Vader – niet tot het uiterste had liefgehad.
[1] Johannes 12:24
[2] Matth 26:70
[3] Matth 26:32
[4] Deut 21:23
[5] De bijbelschrijvers geven verschillende redenen voor het verraad. Bij Mattheüs is de zalving door een vrouw en de – in Judas’ ogen – verspilling van dure olie de druppel die de emmer bij hem doet overlopen, Mt 26:14; bij Marcus idem, bij Lucas is het “satan”, die Judas aanzet tot zijn daad en bij Johannes heet Judas “dief.
[6] Hebr. 5:8 en 9
[7] Matth 21:33-46
[8] Matth 16:21
[9] Matth 16:22 e.v.
[10] Johannes 13:1 bijv. Talloze plekken!!!
[11] Voor wie dit ouderwetse taal en middeleeuws vindt: ik denk dat als je naar de feiten van onmenselijkheid dagelijks in de krant en in de geschiedenisboeken kijkt het “logischer” is om in het bestaan van een kwade macht te geloven dan in een goede. Zie bijv. wat Jezus zegt in Joh 12:31