Rome (1): over hoe een eenvoudige visser uit Galilea rond het jaar 64 in Rome een heel prominente plek krijgt en dat tot op de dag van vandaag nóg heeft……

Een reconstructie van een levensgeschiedenis van een mens van vlees en bloed die onder invloed van Christus komt en dat gaat zijn leven helemaal stempelen tot zijn eigen verbazing.

Vandaag: hoe het begint met Jezus die rond het jaar 24 in Kapernaüm komt wonen en daar namens God mensen gaat liefhebben… Dat doet Hij bij het meer van Galiea. Deze foto van het meer is gemaakt vlakbij waar Kapernaüm lag… Je zou Hem zo kunnen zien lopen

Een eerste bijbelverhaal over o.a. Simon Petrus die met Jezus op stap is……

22Meteen daarna gelastte Hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant. Hij zou ook komen nadat Hij de mensen had weggestuurd. 23Toen Hij hen weggestuurd had, ging Hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en Hij was daar helemaal alleen. 24De boot was intussen al vele stadiën van het vasteland verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. 25Tegen het einde van de nacht kwam Hij naar hen toe, lopend over het water. 26Toen de leerlingen Hem op het water zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een geest!’ en schreeuwden het uit van angst. 27Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Houd moed! Ik ben het, wees niet bang!’ 28Petrus antwoordde: ‘Heer, als U het bent, zeg me dan dat ik over het water naar U toe moet komen.’ 29Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. 30Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ 31Meteen strekte Jezus zijn hand uit, Hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ 32Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen.

Gedachten bij het begin……

Het zal zo rond het jaar 24 zijn dat een dan onbekende Jezus uit Nazareth gaat wonen in Kafarnaüm. Dat is een middelgrote plaats aan het meer van Galilea – je mag ook zeggen: meer van Genesareth óf Tiberias – . Die drie namen vertellen alle drie wat over de streek zélf. Galilea is het noordelijke deel van Israël.

Heel Israël is sinds 63 voor Christus al bezet gebied door de Romeinen. Al bijna 90 (!) jaar dus.  Het is dus niet een koning of een democratie die de identiteit van het Joodse volk stempelt, maar het is de godsdienst. Die wordt getolereerd door de Romeinen en speelt zich vooral af in en rond Jeruzalem. Vanuit Jeruzalem wordt er eigenlijk ook neergekeken op “het noorden en Galilea”. Een beetje wat ze in Den Haag doen naar Groningen. Het meer van “Galilea” staat dus voor “beetje achtergebleven gebied”. Godsdienst wordt er niet écht serieus genomen – tenminste niet zoals “wij” dat doen in Jeruzalem – en het is multi-culti. Dat klopt.

Er wonen Grieken – er zijn steden met Griekse namen en gewoonten én goden – . Er wonen Romeinen én er wonen Joden. Nou proberen die laatste wel hun eigen geloof en cultuur te bewaren. Uit eerbied voor de God van Mozes en David én om “zichzelf” te blijven als Joden. Het meer – en dat is de tweede, Joodse naam – wordt in die tijd dus ook “Genesaret-Kinnareth” genoemd. Een Kinnareth is een harp in het Hebreeuws. Dat doet denken aan David en z’n harp én aan de vorm het meer zelf. Het lijkt – met wat fantasie – op een harp als je het met een drone bekijkt vanuit de lucht.

En het wordt “meer van Tiberias” genoemd. Dat is de Romeinse variant: Tiberias is een nieuwe stad, gebouwd dóór Herodes Antipas – de koning die het hoofd van Johannes laat afhakken –  en voor en met respect voor Keizer Tiberius. De stad, die aan het meer ligt, wordt gebouwd rond het jaar 20. Kersvers dus in de tijd dat Jezus actief is.

Jezus uit Nazareth – er is een spreekwoord over Nazareth: kan daar iets goeds vandaan komen? – gaat wonen in een door de (godsdienstige!) Joden geminacht gebied. Multi culti. Veel dieper kun je niet zinken. Niet “bij de sterren”, maar in de provincie bij “mensen die niet per sé in tel zijn”. Net als zijn moeder dat niet was. Wie zal deze nieuwe ster aan het firmament zijn? Wat gaat Hij brengen?

Hij gaat wonen bij een meer. Dat is al helemaal link gebied. Vissen is één van de manieren om dáár aan de kost te komen. Hard werken, vaak in de nacht én riskant ook. De bootjes in die dagen zijn niet groot en er kunnen onverwachte stormen opsteken. Ooit was ik met een vriendinnetje van 12, een vriendje van 11 en ik als 10jarige op het Gooimeer aan het zeilen, in een bootje. Het begon te stormen onverwacht. Een aantal keren sloegen we bijna om. Dóódeng!! Het is één van de angstigste momenten uit mijn leven geweest. Ik weet het nóg!

In de bijbel schept God in het begin de hemel en de aarde, op een zodanige manier dat alles en iedereen op de juiste plek kan wonen, zwemmen en vliegen en groeien. Water en land worden goed gescheiden! Vissen in het water, mensen op het land. Als mensen in de bijbel in het water belanden dat belanden ze eigenlijk altijd in de problemen: Jona in de vis, het volk Israël dat door de schelfzee trekt, Noach waarbij het water het land overspoelt. En Petrus….., die samen met zijn medeleerlingen in een enorme storm terechtkomt op het meer. Het is opvallend dat Israël in het oude testament niet aan scheepvaart doet op de Middellandse zee. Uit respect voor het water. Daar leven de vissen…, als mens hoor je er niet. Je verzuipt er, gaat kopje onder…..

Vissers die dus wél het water opgaan…, spelen in zekere zin met hun leven en de elementen. Dat merken ze! Ze hebben tegenwind en daar valt niet tegenop te roeien. Letterlijk. En ook al zijn het ervaren vissers, of, misschien wel: juist daarom, ze kennen de gevaren!, ze worden doodsbang. Dan komt Jezus op hem af, over het water, over de golven. Ze herkennen Hem niet en denken in hun grote paniek aan een spook. Jezus probeert ze te kalmeren: wees maar niet bang, ik ben het….. Petrus – het past bij zijn karakter…. – zegt: als u zegt “kom”, dan kom ik. Hij durft het dus uit vertrouwen in Jezus. Dat is een bijzonder ding. Dat als een situatie rijp is voor totale paniek dat er dán midden in het oog van de orkaan een vreemd soort rust en stilte en vertrouwen is. Tegelijk: als Petrus uit de boot stapt en om zich heen de wind voelt loeien, dan wordt hij direct opnieuw doodsbang en verdwijnt in de golven van water en van angst. Als Jezus zijn hand grijpt, herwint hij vertrouwen. Loopt hij mét Jezus over de golven.

Wat is dit nu voor een verhaal? Gaat dit over het tarten van natuurwetten? Of gaat dit over het stillen van angst? Is dit echt gebeurd? Jazeker een heel aantal keren zelfs! We “duiken” Petrus’ levensverhaal in en gaan die twee elementen vaker tegenkomen: het drieste van Petrus (haantje – in zijn leven een dubieus woord – de voorste) én een man die heel angstig kan worden. Zo angstig dat hij “vlucht of bevriest” en de angst de overhand neemt.  Er is een patroon – zoals ieder mens denk ik bepaalde patronen, karakterdingen in z’n leven heeft. Waar je telkens opnieuw tegenaan loopt…. Dit: het gebeurt Petrus een heel aantal keren in zijn leven, dat hij als hij heel enthousiast wordt voor iets van Jezus zijn eigen angsten tegenkomt, die hem naar de keel grijpen. Angst voor geweld, voor de mening van een ander, voor pijn, voor de dood. Levens/doodsangsten. Hij valt zichzelf dan vies tegen en dat is een rótervaring.

Maar dan is er telkens ook de vreemde ervaring dat Jezus en God op de één of andere manier vlakbij is, hem niet laat vallen of verzuipen én weer op zijn benen zet. Sterker dan zijn angsten.  Dapperder dan dat hij zelf is.

Hij die gewend is om het water op te gaan, hij (en 11 andere, gewone mensen) wordt uitgenodigd door die vreemde Jezus om Hem te volgen. Laat je netten liggen en ik zal je vissers van mensen maken. Jezus zal rond gaan trekken en allerlei mensen opvissen die klem zijn komen te zitten. Petrus en de anderen mogen mee. Want mensen horen niet in het water. Discipel, leerling mensenvisser.

De beste manier om mildheid naar mensen te leren is door het zelf een heel aantal keren te ontvangen. Kopje onder en weer worden opgevist. En nog een keer…, en nog een keer. We gaan hem volgen tot in Rome op een letterlijk kruispunt in zijn bestaan.

Hoe Mattheüs in zijn boek vertelt hoe Jezus met o.a. Petrus wil optrekken. Het staat aan het begin van zijn boek en laat zien hoe Jezus  zó als nieuwkomer in Kapernaüm het leven van mensen komt  binnenwandelen. Hij is iemand die grote impact heeft op mensen. Gaandeweg gaan ze ontdekken wie Hij is….

12Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week Hij uit naar Galilea. 13Hij keerde niet terug naar Nazaret, maar ging in Kafarnaüm wonen, aan het meer, in het gebied van Zebulon en Naftali. 14Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet Jesaja: 15‘Land van Zebulon en Naftali, gebied aan het meer en aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen, luister: 16Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen.’ 17Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. ‘Kom tot inkeer,’ zei Hij, ‘want het koninkrijk van de hemel is nabij!’
18Toen Hij langs het meer liep, zag Hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. 19Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg Mij, Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 20Ze lieten meteen hun netten achter en volgden Hem.