In mijn hoofd ben ik 36. Mijn lijf én mijn hoofd zijn 64. Dat wringt dus soms. Onlangs speelde ik met zoon Jan-Anne van 34 samen een dubbeltoernooi tennis. Leek ons allebei geweldig! We moesten drie wedstrijden: één op vrijdagavond, twee op zaterdag. Jan-Anne had nog nooit gedubbeld, ik in geen tijden getennist. Dus echt mis kon het niet gaan en de lat lag laag. We maakten een geweldig debuut tegen twee mannen van rond de 45, ervaren tennissers. We verloren met opgeheven hoofd en de mannen complimenteerden mij alle drie met mijn snelheid (zo oud en dan nog zo snel…., twijfelachtig compliment).
Welke vader speelt nu met zijn zoon van 30 jaar jonger een toernooi? Ik reed in grote euforie terug van Hattem naar Hardenberg en voelde mij 29 en verheugde me op de volgende dag. Toen ik in de nacht naar de wc moest – mannen van een zekere leeftijd – was die 29 omgedraaid in 92. Bizar, ik kon amper lopen. Alles deed zeer. Dus de volgende morgen Jan-Anne afgebeld. Die reageerde buitengewoon aardig naar zijn oude vader: “geeft niks hoor pa, je kon gisteren nog best meekomen. Proberen we het een ander keertje weer”. Vroeger zei ik dat soort dingen tegen hem als hij met voetbal had verloren als jochie…
Ouder worden is mooi, in de zin dat je mag leven. Maar alles wordt strammer en stroever en in toenemende mate ga je lijden aan PHPD. Voor wie het niet weet voor welke ernstige kwaal deze afkorting staat: pijntje hier, pijntje daar. Inmiddels ben ik weer aan het opbouwen met tennis. Wat een toffe sport! Maar ja… eerst kwelt mij nu een tenniselleboog. PHPE (pijntje hier, pijntje elleboog). Maar dat toernooi gaat er komen!!!!