Pinksteren (2): Feest van de hoop. Leven met God in Frankrijk

 

Hoop hoort bij Pinksteren. De Geest van God vertelt dat deze wereld een wereld in rottigheid is, maar dat die rottigheid is als een vrouw in barensweeën. Het is geen doodsnood, al voelt het wel zo. En zeker in de oudheid – als Paulus schrijft – kun je in de weeën sterven.[1] Maar er is het besef dwars door alles heen: het mond uit in nieuwe toekomst, een kind, deze wereld anders.

Of houd je jezelf een illusie voor en is hoop vooral uitgestelde teleurstelling? Hoeveel is deze wereld nu écht veranderd sinds Pinksteren, sinds Jezus? Hoeveel in onszelf…?

Er is voor mij een plekje op deze wereld dat voor mij een Godsbewijs is: Hij bestaat écht en deze wereld kán anders, zal anders. Taizé is een gehuchtje op een heuvel in de Bourgogne in Frankrijk. Eén keer gasgeven en je bent er doorheen. Iets als “Loozen”. Niemand weet waar het ligt maar het is er. Rond 1940 komt een Zwitserse jonge man van 25 daar op een fiets aangetrapt. Hij zoekt naar wat de zin, de roeping van zijn leven is. Zijn jeugd is anders dan die van veel andere jongens: hij is jarenlang ernstig ziek, TBC. In die tijd een levensgevaarlijke ziekte: hij had er ook niet meer kunnen zijn. Hij heeft inmiddels theologie gestudeerd en zou dominee kunnen worden, net als zijn vader. Maar zijn oma van moederskant, dat is meer zijn inspiratiebron dan zijn vader. In de eerste wereldoorlog woont ze op de grens van Frankrijk en Duitsland en ziet daar mensen die voorheen vrienden waren nu elkaar haten en missen: buren en vrienden van vroeger van een paar kilometer verderop schieten op elkaar. Oma blijft de grenzen – net als de Geest – doorbreken: ze blijft contact houden met én Fransen én Duitsers. Aan beide zijden van de grens zijn er én RK kerken én Protestantse Kerken. Ook díe bezoekt ze. God is niet Rooms en niet Protestants, niet Duits, niet Frans. God is liefde, volgens oma….. Dát raakt Roger Schütz, want zo heet die jonge kerel.

In Taizé ziet hij vrouwen die hem aan zijn oma doen denken: veel weduwes, hun mannen stierven in die vreselijke eerste wereldoorlog van haat en polarisatie en “God aan elke kant”. “Blijf bij ons”, zegt één van die vrouwen, “we zijn hier zo alleen”. Daar hoort hij de stem van God in!!! In de stem van een oude vrouw, die dit vraagt.

Hij blijft, koopt een huis én een koe samen met een paar vrienden. En ze beginnen een heel kleine geloofsgemeenschap. We leren niet zoveel van de geschiedenis: al snel begint de Tweede Wereldoorlog. De jonge kerels verbergen Joden. Dat wordt ontdekt, ze moeten vluchten, maar na de WO komen ze terug. Vlakbij is inmiddels een krijgsgevangenkamp met Duitsers. In de geest van oma en van Christus zoeken ze die mensen op, ontvangen hen in hun huis. Zo gaat het een aantal jaren door. Anoniem, klein. Ze bidden als protestantse kerels in het kleine Rooms Katholieke Kerkje dat al jaren niet meer wordt gebruikt. Oma zou er blij mee zijn, God ook…

Het worden de jaren ’60. We leren het niet echt: Cuba-crisis, koude oorlog, verwoestend hete oorlog met o.a. napalmbommen: Vietnam. Op de één of andere manier zijn er jonge mensen over de hele wereld die de heuvel in Taizé weten te vinden. Het groeit: zowel het bezoekersaantal áls de geloofsgemeenschap. En wat de oma begonnen is – of: wat de Geest in oma begon…. – zet Roger zélf – maar hij gelooft intens dat het de Geest van Christus zelf is, zelden hoor je zoveel zingen om en over de Geest van God als daar – door: hij laat protestanten/anglicanen/orthodoxen/roomskatholieken/bosniërs/serviërs/hutu’stutsi’s, moslims/christenen elkaar ontmoeten en met elkaar praten. En hij laat jongeren van over de hele wereld proeven aan de liefde van God: ze krijgen een week van verblijf waarbij ze drie keer (3x!) in de kerk zitten en veel zingen. En telkens een preek horen van 10 minuten stilte! Dat is misschien wel het meest bijzondere, die stiltes. Het vertrouwen dat God daar wel z’n werk doet in  de levens van mensen. Er vinden prachtige ontmoetingen plaats.

Ik was er een aantal keren. Het kán dus, vrede van God tussen en onder mensen. Maar het vraagt ook wat van je. Bekering met een bijbels woord. Of anders: soms met jezelf en je vooroordelen en karaktertrekken geconfronteerd worden en op een positieve manier lessen leren.  Vier concrete voorbeelden:

1, op een zeker moment staan we in een grote kring. Jongeren – vooral zij – mensen van mijn leeftijd en alle werelddelen qua kleur staan in de kring. De wereld en de cirkel zijn rond. We volleyballen. Dat is in zichzelf al een sportieve sport, maar bij de sport draait het om de winst. Hier spelen we de bal toe om die met elkaar in het spel te houden. Hoe lang houden we het vol? Ontzettend veel plezier, iedereen doet mee. Iedereen is van de wereld en de bal is van en voor iedereen….

2, op een zeker moment gebeurt mij iets dat mij 100x gebeurt in mijn leven: paspoort, mobiel, pasjes kwijt. Dikke paniek. O jee…., dit is helemaal mis! Zoals je daar als Europeaan, als Nederlander, van in paniek kunt raken, want onze zekerheid zit in die dingen. Bovendien, er zijn veel Poolse jongeren en die jatten. Toch? Dat is wat ik niet hardop uitspreek maar wel denk. Iedereen is van de wereld en de één is beter dan de ander, zoiets….. Na 20 minuten paniekerig zoeken ga ik naar een soort van receptie. Daar ligt alles wat ik kwijt was. Het is gebracht – zo vertelde iemand – door een Poolse jongen. Autsch…., mix van dolblij en flink beschaamd…..

3, je slaapt in barakken met elkaar. Ben je 35plus dan ben je daar volwassen. Voor wat het waard is. Ik slaap met een Argentijn, een Duitser, een Zuid-Koreaan en een Keniaan. Die laatste is Rooms Katholiek priester en net zo zwart als ik wit ben. Het eten in Taizé is voldoende én sober. Je lijn loopt zo’n week geen gevaar. Het schijnt dat Jezus 40 dagen zonder eten en drinken vastte. Vier uur is voor mij ingewikkeld. Ik word dan “hangry”: een mix van hongerig en chagrijnig. We gaan eten. In een lange rij wachten we totdat we aan de beurt zijn. Ik voel me vreselijk hangry worden, zeker als we ook nog Taizéliedjes gaan zingen over “liefde en delen enzo”. Ik draai me om en zie mijn Keniaanse slapie achter me staan, rustig, hij kijkt me vriendelijk aan. Oeps, iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen. Hij komt van een continent – Afrika – waar gebrek aan eten voor veel mensen een probleem is. Hoezo honger????  Ik overwin – of wordt het overwonnen – voor deze keer mijn chagrijn en knoop met hem een gesprek aan. Het eten smaakt prima. Het is niet veel, het is genoeg. Iedereen is van de wereld en het brood is van iedereen….

4, Die diensten.., drie keer daags….. Inmiddels is erop de heuvel een grote kerk gebouwd. Het Romaanse kerkje is er nog steeds, bijzonder plekje! Maar veel te klein. En daar zit je dan, de hele wereld samen: Parthen, Elamieten, inwoners van Cappadocië, Fransen, Duitsers, Kenianen, Argentijnen, Russen, Polen, Anglicanen, orthodoxen. We zingen, we luisteren naar een korte bijbellezing en zijn tien minuten stil. Kan de Geest mooi tot ons spreken…..

Dat plekje, waar eerst helemaal niets was, uitgestorven…, dat is een teken van hoop. Voor mij een Godsbewijs. De laatste keer dat ik er was – twee jaren geleden – was er de regenboog over de kerk. Nog nooit had ik een regenboog zó dichtbij gezien….. Het bestaat dus, deze wereld anders en wij mensen die in zijn liefde geborgen zijn en kunnen worden omgevormd: wat liever, wat minder snel chagrijnig, vooroordelen afleggend……

[1] Romeinen 8:18-30