Er zijn drie grote christelijke feesten. Twee lijken heel concreet, Kerst en Pasen, één – Pinksteren – lijkt superwazig. De uitstorting van de Geest???? Praten over “geesten” lijkt spooky.
Het concrete aan Kerst is dat er tussen de mensenkinderen een Kind wordt geboren. Uit de hoge, van God. De essentie van het gebeurde is dat God deze wereld – de Zijne – zó de moeite waard vindt, dat Hij bij ons komt. Kwetsbaar. Uit liefde, alleen maar daaruit. Bijzonder verhaal – uniek. Maar concreet: een kind, je kunt het vastpakken, koesteren, aanbidden, voeden.
Het concrete aan Pasen is dat datzelfde Kind als volwassene sterft. Dood, we gaan het allemaal een keer. Voor de meesten van ons een schrikbeeld, voor sommigen een bevrijding. Voor velen een teken van de gebrokenheid van deze wereld, het menselijk falen, kwetsbaarheid: je sterft door ziekte, ouderdom, verval, oorlog, armoede, honger, geweld. Jezus sterft onschuldig door menselijk geweld. Dat is niet uniek… Wat wél uniek is, is dat er wordt verteld – de wijde wereld door – dat Jezus door de dood heen is verschenen en dat het gruwelijke van de gebrokenheid doorbroken is. Dat Hij toen Hij zijn vrienden – die door de mand vielen als vrienden – niet uitfoeterde en de vriendschap opzegde, maar dat Hij ze liefhad. Uit liefde dus, dezelfde liefde als bij de geboorte. De dood is een soort van dood en een doorgang tot nieuw leven, tot de wereld van God. Superconcreet en je hebt een leven lang – en daarna – om te ervaren en vertrouwen dat het waarheid is. Pasen: de vrienden van Jezus ZIEN Jezus verschijnen en kunnen Hem zelfs beetpakken.
En nu dan Pinksteren. Er is in het oude Israël de overtuiging dat God “woont” in de tempel. Dat dáár zijn aanwezigheid is. Daarom komen de mensen in Israël in elk geval drie keer per jaar naar Jeruzalem. Ze gaan – met schroom – bij God op bezoek. Ze voelen zich enerzijds welkom, maar anderzijds vanwege hun kwetsbaarheid en feilbaarheid ook zéér beschroomd. Wie is de mens die binnen mag gaan?[1] Een zelfde soort ervaring zal bijvoorbeeld Petrus hebben als Jezus ná Zijn opstanding en na zíjn (Petrus) verloochening voor Petrus’ neus staat. Ik weet niet of je je wel eens tot op het bot hebt geschaamd en dan degene tegen het lijf loopt die jij iets aandeed…. Je kunt wel door de grond. Of snel een steegje in om diegene te ontlopen. Tot zijn immense opluchting wordt Hij niet afgeserveerd als het tot een ontmoeting komt. Integendeel! Hij wordt zelfs alsnog op een bijzondere manier in dienst genomen. De angsthaas staat 50 dagen later voluit in het openbaar te vertellen over…., Pinksteren, de Geest….
Pinksteren is het zeer bijzondere verhaal, dat Gods liefde (die van de geboorte/kerst én van Pasen/de opstanding) in ons wil zijn, verblijven, vaste kamerbewoner wil worden. Met andere woorden: dat je van binnenuit de ervaring hebt dat God om jóu geeft. Waar je jezelf misschien ervaart als een zeer gebrekkig huis (onbewoonbaar verklaard) word je door Gods Geest onverklaarbaar bewoond. Hij kan ergens zómaar je zó raken – onverklaarbaar – dat je een kamerbewoner krijgt in je leven….
Dat wil in elk geval zeggen:
Onverklaarbaar bewoond. Die geboorte van Jezus heeft iets heel bizars, de opstanding van Jezus minstens zozeer. Allebei “onverklaarbaar”. Uit liefde. Met Pinksteren merken de leerlingen “windvlagen”. Wind zie je niet, je merkt wél de uitwerking. Geest is bij ons “spooky”. In het Grieks is het het woordje “pneuma”. Het betekent zowel “geest als wind”. Het is onverklaarbaar waar die vandaan komt, die wind én die Geest. En het is ook ergens heel onverklaarbaar waarom die Geest in ons wil wonen. Het zal wel uit diezelfde liefde zijn als met Kerst en Pasen……
[1] Psalm 24: 3 en 4: 3Wie mag de berg van de HEER bestijgen,
wie mag staan op zijn heilige plaats?
4Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens
en niet bedrieglijk zweert.
[2] 1 Korinthe 6: 19 bijv.
[3] Romeinen 8:14-16 gaat daarover. Maar ook bijv. dat liedje van Lauren Daigle, “You say….”