Als we zo’n 15-16 zijn gaan er opeens in onze klas een paar roken. In een mum van tijd doet de rest van de klas mee. Hoe vrij ben je nu eigenlijk als mens in het maken van je keuzes? Kun je “nee” zeggen als anderen “ja” zeggen en doen? Ik lang niet altijd. We zijn ook een soort van kuddedieren en je wil wordt mee bepaald door waar de andere leden (of een deel ervan) van de kudde heengaan. Niet zo vrij die wil dus. Als de mode – wie is dat? – besluit dat een spijkerbroek met gaten erin cool is, dan trek je die aan. In andere tijden – als dat weer mode is – doe je die bij de oude kleding…
Ik ga ook aan het roken. Drum, halfzwaar, zakkie shag in de borstzak. Mooi mee de klas in, net als de anderen. Zo’n shagzak brandt de hele dag in je borstzak. Hij vraagt om aandacht. In de pauze gauw eentje draaien, roken. Volgende pauze: ook!! Samen roken is samen zijn is samen je wil ook wat inleveren aan nicotine…. We weten dan al een beetje dat het ongezond is, maar het is nog ongezonder om niet mee te doen. Dan doe je niet echt mee…. Opmerkelijk: we weten nu nog veel meer dat het slecht is en de jongeren van nu vapen als de pubers van toen die wij waren. Iedere generatie z’n eigen ontdekkingstocht, allemaal dezelfde worsteling met “wat anderen doen en wat ik wil en wat een modeding voor aantrekkingskracht heeft”.
Ik heb mazzel of pech, het is maar hoe je het bekijkt. Ik vind het niet lekker. Anderen zeggen: “dat went vanzelf”. Het went niet, ik word en blijf er beroerd van worden. Dus ik stop. “Rook jij niet meer”, krijg ik wat verwijtend te horen en ik voel me iets van een “loser”. Niet zozeer omdat ik wil stoppen, maar omdat mijn lichaam dat wil.
Deze maand is het de maand van “mei-social-media-vrij”. Die mobiel is een soort zakkie shag in je borstzak of je kontzak of waar je hem ook maar draagt. Hij plingt om aandacht zodra je wakker wordt. Nu krijg je geen nicotine maar dopamine van dit ding. Gelukshormoontjes. Een berichtje…., iemand denkt aan mij, een “like” op facebook/insta/tiktok. Even een foto schieten, een filmpje plaatsen, kijken naar m’n banksaldo. Nou ja, je weet zelf wel wat je telefoon allemaal kan en hoe vaak je die vastgrijpt. Ik ken het verschijnsel dus ook…. Het brengt dopamine, korte geluksmomentjes, maar ook onrust, veel onrust, even kijken…, weer even kijken. Deze maand zat ik een paar keren in de trein. Kijk je om je heen dan kijkt niemand je aan, maar ieder – ik soms ook – zit op z’n schermpje.
Inmiddels ben ik thuis aan de lijn. Mobiel uit, in een la, telefonisch bereikbaar via de vaste lijn. Erg 2005 en erg rustgevend. Het plingt niet meer de hele dag. Wil ik whatsapp kijken, dan start ik de computer op en moet inloggen. Dat kost tijd en moeite – klein beetje, maar net genoeg om een drempel te vormen om het maar een paar keer per dag te doen. Als meneer Trump weer iets trumpettert krijg ik geen plingetje. Dat scheelt veel negatieve impulsen. Wil ik een foto nemen.., dan is het een bewuste keuze en pak ik mijn fototoestel. Alleen als ik “naar buiten ga” mag de mobiel mee. Met minder apps erop dan voorheen…, wel zo rustig.
Eigenlijk is het net als met chips. Als ik het in huis heb…, dan denkt mijn hoofd tegen 21.00 uur: Wim, er ligt nog wat chips in de kast…, zou je niet? Voor mijn hoofd er erg in heeft zijn mijn benen al bij de kast en trekken mijn handen de zak open. Heb ik het niet in huis…, dan blijf ik rustig op de bank…. Zou ik die mobiel in mijn borstzak hebben en zit ik op de bank…., keertje of 10 per avond kijk ik dan toch wel, denk ik? En nu, vlak voor het slapen gaan: even computer aan en whatsapp kijken. Mocht iemand me willen spreken dan gaat de telefoon van de vaste lijn over. Na wat lichte ontwenningsverschijnselen helpt dit dieet me rustiger worden in mijn hoofd: gezond weer aan de lijn dus! Een kleine manier met vallen en opstaan om iets in de hand te houden dat voor je het weet je leven beheerst.