In de stilte met God op een bankje in het Engel-andse bos

Knooi’n: pogingen wat moois van het leven te maken

Knooi’n is een mooi woord uit het dialect. Er zit veel in. Aan de ene kant iets ontspannens: knutselen. Mijn schoonvader was er een meester in, eindeloos in zijn schuurtje aan het prutsen. En soms kwam er iets geweldig moois uit. Maar prutsen en verprutsen liggen in elkaars verlengde. Soms ging het ook finaal mis en sloeg hij zich op zijn duim, verknooide hij waar hij mee bezig was. Het is net het leven zelf….. We knooi’n wat af als mensen. In deze rubriek gaat het daar telkens opnieuw over….

Als Guusje (niet echte naam) ongeveer 8 is, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, gaat ze iedere zondagmorgen vroeg met haar broertje van 9 naar het Nieuwe Land. Zo noemt ze het stuk weiland in het Engelandse bos dat haar vader pas gepacht heeft. Haar vader is boer, werkt heel hard en de kinderen laten hem op zondagmorgen een tijdje slapen. Zíj melken de koeien, zo jong als ze zijn. Het is er stil, nog geen auto’s op de N34 zoals nu. Vogels fluiten, koeien loeien, insecten zoemen en de bomen ruisen. Eeuwenoude bomen.

Engel-andse bos. Het woord komt van “enk/es”. Maar het mag met recht ook engel-and heten. Wie er wel eens is geweest en door het geruis van de N34 de stilte hoort, kan zomaar van binnen stil worden en de stem van God en die van jezelf ergens horen. En ze kunnen – niet altijd – op een bijzondere manier met elkaar in gesprek raken.

Guusje is er haar hele leven in  dat bos blijven komen. Psalm 23, de psalm van Davis over de Heer die je herder is, is haar favoriete psalm. Er ontbreekt je niets, Hij brengt je aan grazige weiden., kijk maar naar het nieuwe land voor je.  Onnavolgbaar – ik wou dat ik het had bedacht – vat ze de psalm samen en zo is die psalm haar hele leven haar metgezel:

De Heer is mijn herder.

Meer heb ik niet nodig.

Met minder kan ik niet toe.

Op haar rouwbrief van een aantal jaren geleden staat ze te kijken van achter het bankje op de foto, die uitkijkt over de grazige weide. Het “nieuwe land” dat ze als kind met haar ogen zo vaak zag heeft dan een nieuwe lading gekregen ik mag in het huis van de Heer verblijven tot in lengte van dagen.

Guusje is niet de enige die er graag kwam/komt. Ik ken er meer. Ik ben er zelf ook één. Wandelen kun je er langs gebaande wegen, maar er zijn ook kruip-door-sluipdoorpaadjes. Daar kun je met kleinkinderen spelen, maar ook tot rust komen. Tot stilte, tot bezinning. Bij Jakob – die uit de bijbel – komt er een engel op z’n pad en die gaat met hem worstelen. Dat wil zeggen, Jakob worstelt zélf met zijn verleden en zijn eigen rol daarin en de engel worstelt mee, zodat Jakob helemaal eerlijk durft te zijn en te worden. Geen maskers, je niet meer anders voordoen dan toen hij dat deed bij zijn ouwe vader die hij bedroog met te zeggen dat hij Ezau was. Soms is wandelen in het Engelandse bos dus ook confronterend. Ooit gooide een engel mij vlak voor mijn voeten een dode boom toen het helemaal windstil was. Zo maakte hij me duidelijk dat ik echt niet onmisbaar ben en dat het een smalle streep is naar de dood en dat het echt wel doorgaat zonder mij. Een soort slagboom. Het zette mij op een gezonde manier met de beide benen op de trillende grond. Gezonder over jezelf en het leven nadenken.

Regelmatig loop ik er en sluit het rondje af met rustig zitten op het bankje dat over de grazige weiden kijkt. Regelmatig is het alsof – niet alsof trouwens, ik ervaar het zo – er een stem klinkt die zegt: “dag Wim, wat kom je doen?” Als ik dan antwoord met “eigenlijk kom ik hier helemaal niets doen”, zegt de stem bijna altijd: “ha, dat is fijn, dan hebben we mooi even tijd voor elkaar, kom ik even bij je zitten”. Woordloos kun je hele gesprekken voeren…. Ik weet niet precies hoe ik die stem hoor. Niet met mijn oren, ergens van binnen, rond mijn hart, daar ergens. Misschien – hoop ik voor je – herken je het.

En altijd kom ik anders van het bankje dan dat ik erop ging zitten. Dat zal David in zijn psalm wel bedoelen als hij schrijft “Hij verkwikt mijn ziel”. Wat luchthartiger, opgeluchter, aan het denken gezet, beetje moed, nieuw perspectief. Guusje had gelijk net als David:

De Heer is mijn herder.

Meer heb ik niet nodig.

Met minder kan ik niet toe.